Mest uitrijden is keuzes maken

Nestelen en bemesten kan samengaan, je maakt daarin zelf je keuze. Mest uitrijden valt samen met het begin van de broedperiode van de kieviten. Stem dat werk een beetje af met de vrijwilligers die nesten zoeken en markeren, dan kun je er met de mesttank omheen rijden. Gaat je loonwerker met de sleepslang aan de slag dan zijn de kieviten kansloos, tenzij je gebruik maakt van speciale nestbeschermers waar de slang overheen gaat.

In januari deed de Weidevogelman het voorstel om percelen met een uitgestelde maaidatum in het voorjaar over te slaan. Geen mest erop en wel de komende twee weken tot 1 april benutten om het gras zo mogelijk nog even kort te weiden met schapen. Het zijn twee dingen die de kuikens straks enorm helpen met een wat lichter gewas in mei en juni.

Hoe belangrijk het is om voor kuikens doorloopbare en voedselrijke weilanden te zorgen, bleek zonneklaar uit een verhaal van onderzoekers van Rijksuniversiteit Groningen op de weidevogelkennisdag in Friesland onlangs. Ze ringen jonge grutto’s in een Fries gebied met veel weidevogelbeheer. De beestjes zijn structureel te licht en 40% is rond 15 juni nog niet vliegvlug.
Een zwaar en dicht gewas kost energie die de kuikens niet aan groei kunnen besteden. Daarbij is het voedsel al schaars en is er na 15 juni te weinig dekking. Je helpt de vogels enorm, als je straks met de koeien rond half mei een paar percelen kunt beweiden, naast de percelen met een uitgestelde maaidatum: daar is dan vanaf begin juni ook beschutting en voedsel. Het zit hem in van die kleine dingen die het verschil maken!

Praktische tips:

  • Neem voor het mest uitrijden of maaien tijdig contact op met vrijwilligers die nesten zoeken en bescherm ze met goede nestbeschermers. Als er vee loopt, veranker de beschermers dan met stalen pennen in de grond. Voor sleepslangen zijn robuuste nestpannen. Friesland stelt gratis nestpannen ter beschikking, zie de link https://grutskopusgreidefugels.nl/
  • Onze grutto’s komen nu het land weer volop binnen! Theunis Piersma vertelde er deze week over in ‘De Wereld Draait Door’: je kunt de vluchtroutes van gezenderde grutto’s volgen op internet. Gewoon even kijken! Zie de link https://volg.keningfanegreide.nl

Bron: nieuwsbrief van de Weidevogelman

Rauwe melk beschermt mogelijk tegen virusinfectie

Kinderen die in bijv. bergdorpjes in Zwitserland veelal rauwe melk drinken, hebben minder last van allergieën en virusinfecties. Melk zou dus goed zijn voor de weerstand en zo beschermen tegen Covid-19. „Geen gekke gedachte”, vindt de Wageningse immunoloog prof. Huub Savelkoul, die jarenlang onderzoek heeft gedaan naar de gezondheidseffecten van het witte goedje. „Melk bevat onder meer lactoferrine en antistoffen. Dat zijn oppeppers voor je weerstand. Van lactoferrine, een ijzerbindend eiwit dat ook in borstvoeding zit, weten we dat het antibacteriële eigenschappen heeft en mogelijk ook tegen virussen beschermt.”

Daarom wordt in China momenteel campagne gevoerd om meer melk te drinken. Het doel: weerstand opbouwen tegen het coronavirus. Vier organisaties hebben daartoe een nieuwe richtlijn ontwikkeld, meldt nieuwssite Food Navigators Asia.

Advies in de richtlijn: drink per dag 300 milliliter melk. Of consumeer melkproducten met een vergelijkbare hoeveelheid eiwit, zoals 30 gram kaas. Zwangere vrouwen kunnen nog wel meer gebruiken: een halve liter melk of 50 gram kaas.

„Melk en andere zuivelproducten zijn een excellente bron van eiwitten en vitamine B2, vitamine A, calcium en andere nutriënten die essentieel zijn voor het menselijk lichaam en het immuunsysteem. Daarom is een hogere inname van deze producten heel gunstig ter bestrijding van het nieuwe coronavirus”, zo luidt de verklaring van onder meer de Chinese Nutrition Society.

Het gehele artikel leest u hier

Hoe kun je ecologische diensten verwaarden, zodat het een economische factor van je bedrijf wordt?

Mooi en inspirerend artikel in Nieuwe Oogst over boer Pieter van der Valk uit Ferwoude. ‘Hoe kun je ecologische diensten verwaarden, zodat het een economische factor van je bedrijf wordt?’ Deze onderzoeksvraag heeft Pieter onderzocht in het kader van een Nuffield Farming Scholars.

‘VOORSTELLINGSVERMOGEN IS BELANGRIJKER DAN KENNIS’ is een beroemd citaat van Albert Einstein. Daar ontbreekt het in de huidige discussie aan. We draaien het om en gooien elkaar bijna dood met cijfers en beleidsstukken. Maar als je niet weet waar je naartoe wilt, kun je ook geen waarde geven aan een onderzoek. Het ontbreekt aan visie.’

Lees hier het hele artikel.

 

Wat voor effect heeft het virus zoal gehad op de Agrifood sector?

Het Coronavirus doet de wereld op haar grondvesten schudden. Op iedere sector heeft het invloed, vaak negatief maar er ontstaan opeens ook kansen en ontwikkelingen die positief uitpakken.

Wat voor effect heeft het virus zoal gehad op de Agrifood sector?

1. Agrarische ondernemers, boeren en telers zijn toegevoegd aan de lijst met cruciale beroepen. Dit houdt in dat deze ondernemers hun kinderen naar de kinderopvang en crèche kunnen brengen. De term ‘cruciale beroepen’ heeft een positief effect op de waardering en erkenning voor de boer.
2. Het is een gekkenhuis qua aanvoer van aardappelen, ze vliegen de winkel uit! Ditzelfde geldt ook voor een aantal groenten, vooral de soorten die langer houdbaar zijn.
3.
Boeren leveren overal in Nederland mondkapjes in voor het medisch personeel.
4. De verkoop van consumptie eieren loopt nog steeds goed, de verkoop aan de Horeca is in zijn geheel weggevallen.
5. Ook bij boerderijwinkels wordt gehamsterd!
6. De omzet van de Nederlandse supermarkten was de afgelopen dagen enorm. Deze bedroeg in week 11 van dit jaar €998 miljoen, een stijging van ruim 31 procent ten opzichte van dezelfde week vorig jaar.
7. In de VS is er een run op Oatley melk (plantaardige havermelk) vanwege de lange houdbaarheid.
8. Als Frankrijk en België de grenzen volledig gaan sluiten dan kan dit de stro- en bierbostelprijs flink opdrijven.

 

 

Mest is een soort van zalfje; welriekend en heeft al bijna de geur van compost

Dit keer was het onderwerp: 100% Grasgevoerde bedrijfsvoering. De bijeenkomst vond op 25 februari in Elahuizen plaats, onder begeleiding van Jaring Brunia.

Sietse Gerritsma legt uit hoe hij te werk gaat.

100% Grasgevoerde bedrijfsvoering houdt in: geen granen, geen mais, geen krachtvoer en geen bijproducten. Het geluk wil dat er in deze groep al meerdere boeren ervaring hebben met een grasgevoerde bedrijfsvoering. Sietse Gerritsma is dan ook deze dag de gastheer, waarbij hij over zijn ervaringen kan vertellen en zijn mooie bedrijf kan laten zien.

Veel van de studiegroep leden zijn fanatieke beweiders, velen doen aan stripgrazen. Door stripgrazen zorg je voor een hoge grasopname van de koe en streef je naar een hoge grasopbrengst op je weilanden. In deze periode koeien melken zonder krachtvoer is goed te doen. Maar dan komt de herfst en de winter, periodes waarvoor je bij moet voeren of helemaal op stal moet voeren. Voor deze periode heb je kwalitatief goed ruwvoer nodig om je wintermaanden goed mee te kunnen melken. Waarbij het dan ook weer zo is dat je zomers eigenlijk niet met maaien wil concurreren in je beweidingsronde.

Frens Schuring heeft ruime ervaring in koeienvoeding, kringlooplandbouw en gezonde bodems.

Voor het winter rantsoen hebben we Frens Schuring gevraagd om ons mee te nemen in de voeding van de koe. Frens heeft een ruime ervaring in koeienvoeding, kringlooplandbouw en gezonde bodems en ziet als geen ander de relatie tussen de verschillende bedrijfsfacetten.

Schuring begint niet over voer maar over mest, want in mest zit de sleutel.

Er is maar heel weinig goede mest in Nederland volgens schuring, maar door bewust te sturen op mooie mest gaat de rantsoen efficiëntie omhoog en stoot je ook minder schadelijke stoffen in de mest uit.

Hij promoot mest als een zalfje, welriekend en al bijna de geur van compost. Boer Dirk Jan Van Der Voort stuurt zelfs elke dag op mest kwaliteit verteld hij. Mest is al voor 50% bacteriën dus erg waardevol om hier goed op te sturen. Schuring begon zijn carrière door een zomer lang koeien in een natuur gebied te volgen, hij kwam er achter dat koeien echte gewoonte dieren zijn, ochtends kort energierijk voedsel grazen en in de namiddag structuurrijk gras eten. Waarna ze nachts bijna altijd op dezelfde plek verbleven. Waarin ze onder andere in hun eigen mest lagen, maar als mest goed is is dit geen enkel probleem volgens hem.

Maar hoe stuur je hier nou op? We hebben veel geleerd over extremen in voer, over structuurijker en eiwitarme voeren, Jaap van Bruchem promote dit in de 90tiger jaren al. Meer structuur zorgt voor meer speeksel wat weer allemaal gezondheid voordelen heeft. Een koe kan in een optimale situatie wel 385 liter speeksel omzetten.

Zorgen voor een goede basis kuil en daarnaast verschillende soorten graskuil om te kunnen sturen is volgens schuring essentieel. Energierijk voer, structuurrijk voer en eiwit rijk voer. Zodat je elke dag kan sturen.

Sietse vertelde over zijn voorjaarkalvende veestapel. In combinatie met zijn beweidingssyteem. Hoe de grasgroei door het jaar heen aansluit bij zijn energie behoefte bij de koeien. Door met de natuur mee te werken kan hij zijn bedrijf simpel, efficiënt en rendabel houden. Sietse heeft op zijn bedrijf alles ingericht op beweiding. Zijn koeien kalven als het gras weer begint te groeien, en hij streeft ernaar een half jaar zonder bijvoeding van alleen gras melk te maken. Door de koeien elke dag een ander klein perceel aan te bieden kan hij de koeien goed aan de melk houden, en houdt hij zijn gras goed in conditie.

Download of lees hier het  artikel in pdf-vorm.

Samenwerking Melkveehouder – Akkerbouwer moet duurzamer

Naar aanleiding van de cursus Samenwerking Melkveehouderij – Akkerbouw en de daarbij aansluitende inspiratiebijeenkomst in een bredere setting op 5 maart jl., volgde een interview met de Leeuwarder Courant. De cursus hebben we in samenwerking met SPNA Agroresearch georganiseerd en medeorganisator van de laatste avond was ook Vereniging Circulair Friesland.

Wat viel op tijdens de cursusavonden en de inspiratiebijeenkomst, waar zitten de kansen voor een natuurinclusievere samenwerking? Hoe staan de boeren hier tegenover? Waar zien zij mogelijkheden?

Lees hier het gehele artikel of bekijk onderstaande afbeelding:

Studiegroep: Bemesting en stikstofproblematiek

Op 26 februari vond de 2estudiegroepbijeenkomst plaats met 8 enthousiaste agrarische ondernemers onder begeleiding van Jehannes Fopma. Natuurinclusief gaat o.a. over kringloop denken. De kringloop is een integraal proces, tijdens de bijeenkomsten belichten we elke keer een ander thema. Deze bijeenkomst ging over het actuele thema bemesting en de stikstof problematiek. Van meer naar beter.

Er zijn veel mogelijkheden om bijvoorbeeld de ammoniak emissie terug te dringen. Door bijvoorbeeld minder eiwit in het rantsoen te hebben, om de koeien meer te laten weiden of bijvoorbeeld tijdens het uitrijden van drijfmest water toe te voegen (1/3 water).

Jehannes vertelde ook over de mogelijkheden rondom het kunstmatig drogen van gras. Het eindresultaat is gedroogd gras/hooi met een droge stofwaarde boven de 90%. Hierdoor gaat het niet broeien en heb je weinig tot geen verliezen. Met deze technieken heb je hogere voederwaardes en beter eiwit.

Gesproken werd over het werk van de Belgische onderzoeker Peter Vanhoof. Deze onderzoeker heeft proeven gedaan rondom de drijfmest,  benutting van stikstof op verschillende grondsoorten, de eiwit gehalten in de 1ste kuilsnede en de manier en hoeveelheid van het toedienen van drijfmest.

Drijfmest is pas goed, als de koe het voer goed heeft verteerd. Rijke mest die niet goed benut is begint eerder te rotten en uiteindelijk kan er een sterke concentratie van gassen ontstaan.  Emissie kost de veehouder geld.

Na de vele theorieën met wetenschappelijke onderbouwingen zijn we nog gaan kijken bij de koeien van de ondernemer. Naast de koeien is de ondernemer ook nog druk bezig met de biodiversiteit op het bedrijf. Er is een plasdras en vogelbeheersland aanwezig. Dit doet de ondernemer samen met andere ondernemers in de buurt.

De 3de bijeenkomst is op vrijdag 13 maart 2020 met als thema. Past mijn koe nog wel binnen mijn bedrijfssysteem?

Dit spinnenwebmodel wordt door alle deelnemende boeren voor hun eigen bedrijf ingevuld.

 

 

 

Al 16206 meters2 geadopteerd!

Inmiddels zijn er al 16206 meters2 geadopteerd om de weidevogels te helpen! Voor meer info en om zelf een aantal m2 te adopteren, kijk op: http://ow.ly/n9zK50yBo3z   Een mooie en kansrijke actie om omgeving meer bij agrarisch natuurbeheer te betrekken.

Begeleidingscommissie van start voor de pilot met consulent

Wigle Sinnema (Akkerbouwer, Kollektievenberie) en Auke Stremler (biologisch melkveehouder) vormen samen met Albert Formsma (Provinsje Fryslân),  de begeleidingscommissie voor de pilot Consulent in Fryslan.  Zij zijn vanuit hun expertise en ervaringen  gevraagd om gevraagd en ongevraagd te adviseren over de uitvoering van deze pilot.  Voorzitter van het bestuur van Living Lab Fryslân, Albert van der Ploeg, heette hen van harte welkom en lichtte het belang van een onafhankelijke consulent, en de advisering over de uitvoering van deze pilot.  Er is duidelijk een behoefte aan praktische kennis  over natuurinclusieve Landbouw op een onafhankelijke wijze bij de boer te krijgen, onderschrijven zij.  Vandaar dat zij graag hun bijdrage willen leveren door zitting te nemen in deze commissie.

Living Lab Fryslân voert van februari – augustus 2020 een pilotproject uit om met een consulent om (groepen) boeren actief te stimuleren om een transitie naar natuurinclusieve landbouw praktisch handen en voeten te geven. Hij / zij adviseert over hoe concrete maatregelen op het gebied van natuurinclusieve en kringlooplandbouw op het boerenerf toegepast kunnen worden.  De consulent werkt op gebiedsniveau, en gaat in groepsverband, met groepen boeren met een vergelijkbare vraag, aan de slag.  In verdiepingstrajecten kan de vraag en de toepassing op het erf nog specifieker behandeld worden, mede door het gericht inzetten van specialisten.

Voor meer informatie over dit project kunt u contact opnemen met Gerrie Visser g.vissser@livinglabfryslan.frl / Anne Jansma a.jansma@livinglabfryslan.frl

Project Houdbare melk

Verduurzaming in de zuivelketen is belangrijk om  vraagstukken met betrekking tot klimaat, milieu, dierenwelzijn en biodiversiteit het hoofd te bieden en te zorgen voor een sector die op de lange termijn op verantwoorde wijze melk kan produceren. Verduurzaming betekent ook een verdienmodel voor de boer, zodat hij kan investeren in duurzaamheid. Op dit moment zijn er een aantal factoren die de verduurzaming belemmeren. Dat heeft te maken met onder meer de structuur van de zuivelketen van producent tot consument.

Sinds de afschaffing van het melkquotum in 2015 is de Nederlandse melkveehouder meer afhankelijk van de wereldmarktprijs. Bovendien is er sprake van bulkproductie: alle geproduceerde melk vormt nagenoeg één melkplas, door de structuur in de keten (coöperaties) en de gerichtheid op export. De export van zuivel(producten) bedraagt 65% van de totale melkproductie. De melkveehouderij is een zeer kapitaalintensieve bedrijfstak. De vaste kosten maken een steeds groter deel uit van de kostprijs. Het wordt dan aantrekkelijker om de productie op te voeren, omdat de vaste kosten per eenheid product dan omlaag gaan. De prijs op de wereldmarkt geldt als uitgangspunt. Wereldwijd stijgt de melkproductie en een dalende prijstrend is te verwachten. Als reactie gaan melkveehouders méér produceren. Melkveehouders hebben geen invloed op de wereldmarktprijs, en hebben dus geen rechtstreekse invloed op hun inkomen uit de melkproductie. Het enige middel is hun productie verhogen om op die manier de vaste kosten te drukken; een negatieve spiraal dus.

Minder supermarkten, maar grotere

In Nederland zijn met het verdwijnen van Edah (2004), Super de Boer en C1000 (2012) en de samenwerking die Dirk is aangegaan met de Superunie, er nu nog vijf partijen (AH, Jumbo, Superunie, Lidl en Aldi) die samen bijna de hele retailmarkt bezetten. Deze toenemende concentratie is een Europees en internationaal fenomeen. De toenemende concentratie in de supermarktbranche kreeg Europees onder andere aandacht van het Europees Economisch en Sociaal Comité. Zie: http://www.eesc.europa.eu/?i=portal.en.pressreleases. 26802. De retail heeft daarmee een grote invloed op de prijs van de zuivelproducten.

Nieuwe duurzame initiatieven, zoals bijvoorbeeld Weide Weelde, blijven een niche, omdat ze moeten opboksen tegen de dominante positie van het eigen winkelmerk. Het eigen winkelmerk is een belangrijk instrument voor supermarkten om marge weg te halen bij fabrikanten en om het (onbewuste) prijsniveau van consumenten te bepalen. Dit geldt met name voor basiszuivelproducten. Het is daarom bijna onmogelijk om met een nieuw duurzaam initiatief markt te veroveren omdat het zich als normaal commercieel merk moet invechten. Met als gevolg dat de prijsstelling te hoog wordt ten opzichte van het huismerk (regulier én biologisch) en daarom alleen kansen in de niche heeft. Gezien de dominante positie van de retailer in Nederland en het belang van het eigenmerk, zal bij elk nieuw duurzaam initiatief een retailer onderdeel moeten uitmaken van het concept om überhaupt kans van slagen te hebben.

Coöperaties

Een ander belangrijk knelpunt voor een snellere verduurzaming is de huidige structuur van de Nederlandse zuivelsector. Het overgrote deel van de boeren is georganiseerd in coöperaties (85%), waarvan 1 coöperatie, namelijk Friesland Campina 73% van de markt heeft. Deze organisatie is levert aan vrijwel alle retailers in Nederland en richt zich daarnaast op export. Maar het belemmert nu grote stappen voorwaarts. In een coöperatie zijn alle boeren, (boeren zijn de leden en eigenaren van de coöperatie), gelijk.
Alle leden moeten in principe hetzelfde uitbetaald krijgen voor hun melk. Zij moeten zich daarbij uiteraard houden aan de leveringsvoorwaarden waar de laatste jaren enkele duurzaamheidseisen bij zijn gevoegd. Dat zijn hele kleine stapjes, die niet leiden tot structurele duurzaamheid.
Boeren die aan een coöperatie leveren en duurzamer willen boeren (en dan ook meer betaald willen) lopen vast in het principe van een coöperatie dat iedereen hetzelfde uitbetaald moet krijgen. Dat stagneert duurzaamheidsinvesteringen. De coöperatie daarentegen kan niet aan alle leden verregaande duurzaamheidseisen opleggen. Zij kan dat financieel niet waarmaken, want de meerprijs voor de boer moet uit de markt komen. Het grootste deel van de melk(producten) is voor de export, daar geldt de wereldmarktprijs. Daar geldt niet een extra uitbetaling voor duurzame melk.

Een andere structuur?

Stel dat een retailer duurzame melk belangrijk vindt om zich te onderscheiden. Stel dat deze retailer dat samen met een groep vaste melkveehouders opzet, zodat zij gezamenlijk tot samenwerking in een korte keten kunnen komen. Dan hoeft er geen rekening te worden gehouden met de principes van een coöperatie. Duurzaamheidsvoorwaarden en prijsstelling kunnen door retail en melkveehouders worden afgesproken.
In het Verenigd Koninkrijk  bestaan deze verkorte ketens: een direct contract tussen retail en primaire producent, met de zuivelverwerker als partij die voor het verwerken van melk wordt ingehuurd.

Melkveehouders en supermarkten maken onderling afspraken over de levering, duurzaamheidsvoorwaarden, en melkprijs. De melkprijs wordt bepaald naar aanleiding van Cost of Production plus Profit model. Vervolgens onderhandelt de supermarkt met een van de melkverwerkers in Nederland om de melk te verwerken. De melkveehouders leveren vervolgens hun rauwe melk aan de fabriek, deze verwerkt de zuivel en levert aan de supermarkt. De supermarkt betaalt de boer rechtstreeks.  Het Cost of Production plus Profit model garandeert melkveehouders een eerlijke melkprijs. Dit geeft melkveehouders zekerheid en zorgt ervoor dat ze beter kunnen investeren in duurzaamheid, dierenwelzijn en landschap. Dit model wordt succesvol gebruikt door Tesco, Sainsbury, M&S en Waitrose in Engeland.

Een verkorte keten kan ook heel transparant worden opgezet met behulp van de moderne Blockchain technologie. Welke productieprocessen en geldstromen spelen zich af op welke manier en op welk moment in de keten? Informatie kan efficiënter uitgewisseld worden en er is geen derde partij nodig om dit te controleren. Dit verhoogt de betrouwbaarheid, maakt het transparanter voor de consument.

Doel van het project

De mogelijkheden voor een verkorte keten (met de supermarkt als onderdeel) in Nederland onderzoeken. Enerzijds leunend op de ervaringen in het Verenigd Koninkrijk; anderzijds op een verkenning van hetgeen we hier in Nederland doen.

Hoe ziet zo’n verkorte keten in Nederland eruit? Voorop staat dat een verkorte keten tot duurzaamheid in het kwadraat moet leiden: een duurzame productie op de boerderij en een duurzame opbrengstprijs voor de boer.

Dat is best een ambitieus doel, want de huidige situatie is dat Nederland gekenmerkt wordt door hoge melkproducties op zo min mogelijk hectares met een zo laag mogelijke kostprijs om voor de wereldmarkt te produceren. Bovendien richt de Nederlandse zuivel zich op export. Maar liefst 65% van alle melk(producten) gaan de grens over.

Voor de melkveehouders die anders willen, gaan wij samen met Milieudefensie en Netwerk Grondig onderzoeken of het anders kan.

Uitnodiging: Presentatie resultaten

Op woensdag 19 februari as. is om 12.00 uur de eindpresentatie in Den Haag. U kunt zich opgeven via: info@netwerkgrondig.nl o.v.v. 19 februari. Klik hier voor de uitnodiging.