Voortgang emissie arme stallen

Een aantal veehouders wil bij nieuwbouw of verbouw van de stal overgaan op de scheiding van mest en gier. Dit komt voort uit de wens om vaste mest te hebben voor hun land: bodemkwaliteit, weidevogels en samenwerking met akkerbouw zijn belangrijke redenen. Daarnaast blijkt dat ook emissies van ammoniak en mogelijk methaan sterk kunnen dalen.

De provincie Fryslân ondersteunt deze boeren met kennis: Frank Verhoeven van Boerenverstand heeft geholpen met nadenken over de aanpak voor twee bedrijven die al vergaande plannen hebben. Omdat er meer boeren interesse hebben, hebben Boerenverstand (Frank Verhoeven), Agro Agenda Noord Nederland (Gerda van Eck) en wij samen een bijeenkomst georganiseerd. Een groep boeren wil doorgaan als een studiegroep om de ontwikkelingen rond nieuwe stallen te volgen.

In juli is een bijeenkomst van geïnteresseerde boeren georganiseerd. Op 10 september hebben Michel Berkelmans en Tim Verhoef, beiden van het ministerie van LNV, hebben een bezoek gebracht aan Fryslân om zich nader te laten informeren. Daar zijn enkele leden van de studiegroep bij geweest. De ideeën over de natuurinclusieve stal zijn goed ontvangen en we hopen op een goede voortzetting en steun van het ministerie voor een experiment.

In het experiment gaat het dan om stallen, opslagen, een controleerbare manier van aanwending van gier, maar ook over het zoeken van nieuwe kengetallen die beter passen bij een andere vorm van (natuurinclusief) boeren en beter omgaan met de bodem.

Living Lab hoopt samen met de andere partners ook kennisbijeenkomsten te organiseren over de stallen waar mest en gier gescheiden wordt. Nadere informatie volgt via de site, onze social media kanalen en digitale nieuwsbrief.

Consumentenonderzoek: Het verschil tussen intentie – gedrag

Voor de zomervakantie hebben we samen met kaasmerk De Fryske en studenten van ROC Sneek onderzoek gedaan naar het gedrag van consumenten in een aantal supermarkten in Zuid-West Fryslân. Stagiaire Jindrich Hoekstra van HvHL heeft dit samen met Carla georganiseerd, begeleid en gefaciliteerd.

In totaal zijn 200 consumenten in de supermarkten ondervraagd nadat men boodschappen had gedaan. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er een gap zit tussen de intentie en het gedrag.

De belangrijkste resultaten zijn:

  1. 44% van de 165 mensen die eerder in het onderzoek aangaven dat ze het behoud van het Friese landschap en biodiversiteit belangrijk vinden ook als dit betekent dat ze meer voor producten moet betalen, hadden geen duurzame producten gekocht.
  2. Duurzame, biologische of natuurinclusieve producten vallen onvoldoende op in de supermarkten.
  3. De prijs is de voornaamste reden dat men er van weerhoudt om tot de aankoop van natuurinclusieve producten over te gaan.
  4. De leeftijdsgroep van 51-60 vindt het behoud van het Friese landschap en biodiversiteit het meest belangrijk, ook al moet er een hogere prijs voor het product betaald worden.
  5. Mensen uit de stad vinden dit belangrijker dan mensen uit het dorp.
  6. Vrouwen vinden dit belangrijker dan mannen.
  7. Bij de vraag of mensen het behoud van het Friese landschap en biodiversiteit belangrijk vinden ook als dit betekent dat ze meer voor producten moet betalen geeft 82,9% dat dit akkoord is.
  8. Bij vlees letten mensen het meest of het milieu en  Dierenwelzijnskeurmerken heeft.

Klik hier voor het volledige onderzoeksrapport.

Onderzoek: Hoe krijg je het verdienmodel weer terug op het boerenbedrijf?

Marten Dijkstra van VOF de Skâns uit Aldeboarn presenteerde op donderdagochtend 26 september jl. de resultaten van zijn Nuffield scholarship op zijn boerderij. Deze beurs wordt beschikbaar gesteld om internationaal onderzoek in de agrarische sector te bevorderen.

In totaal waren we met 18 personen aanwezig, de groep bestond uit: boeren, mensen uit de politiek en andere agrarische samenwerkingsverbanden.

De onderzoeksvraag die is beantwoord, luidt: Hoe krijg je het verdienmodel weer terug op het boerenbedrijf?

Klik hier voor het volledige schriftelijk verslag van de interactieve ochtend.

Klik hier voor de langere video die gebruikt gaat worden voor de Bedrijfseconomische lessen op Van Hall Larenstein. (9 minuten, 45 seconden)

Klik hier voor de kortere video die we gebruiken voor op social kanalen. (2 minuten, 22 seconden)

 

Bestuursoverleg: Op koers!

Vanmiddag hebben we overleg met ons Bestuur gehad voor reflectie op de afgelopen periode en de focus op de komende periode (4e jaar LLF tot oktober 2020). Het eerste officiële deel vond plaats bij Hogeschool van Hall Larenstein. Hier werken we dinsdags met het gehele team samen aan onze opdracht.

We hebben gesproken over hoe de afgelopen periode is verlopen, waar we de accenten op hebben gelegd en waar de behoefte in het veld zit. Hoe kunnen wij daar als 4-koppig team zo effectief mogelijk op inspelen? Ook het komende jaar is onze rol wederom die van verbinder, facilitator en waar nodig initiator. Als de motor op gang is gebracht, laten wij los als de omstandigheden dit toelaten. Dit om snelheid en een soepellopende samenwerking tussen partijen te bevorderen.

Het tweede deel van de middag speelde zich af op de Leeuwarder grachten. Daar hebben we met elkaar gebrainstormd over onze positie en rol na oktober 2020. Waar denken wij het verschil te kunnen maken? Het destillaat van deze creatieve sessie nemen we mee in ons overleg in oktober met o.a. de gedeputeerde Kramer van de provinsje Fryslân. Nu al is duidelijk dat het overleg in een andere setting vruchtbaar is geweest, de oogst wordt meegenomen in ons werkplan.

Bijeenkomst: natuurinclusieve stallen als onderdeel van natuurinclusieve bedrijfsvering

Vanmiddag vond een bijeenkomst over natuurinclusieve stallen plaats bij de Dairy Campus.

Bij het bouwen van een nieuwe stal worden keuzes gemaakt voor de komende 25 jaar of langer. Een boer investeert in de regel maar 1x in zijn carrière in een nieuwe stal. De keuze van een stal hangt samen met de keuze voor een bedrijfssysteem. De veehouders die aanwezig waren werken al op natuurinclusieve wijze of willen daartoe overgaan. Daar hoort een passende stal bij. Dat betekent verder kijken dan korte termijn kosten en precies voldoen aan vergunningseisen. Het programma van eisen is breder.

Het gaat dan over het type mest in relatie tot bodemkwaliteit, biodiversiteit en voedselbeschikbaarheid voor bijvoorbeeld weidevogels. Hoe gaat de stal de bodem vruchtbaar houden? De stal is slechts een onderdeel van de bedrijfsvoering. Wat wordt het verdienmodel voor de langere termijn? Ook wordt er op een andere manier omgegaan met mest dan we gewend zijn (drijfmest). Hoe gaat de stal de bodem vruchtbaar houden? Wat betekent dit voor het huidige beoordelingskader van vergunningen?

Een aantal boeren in Friesland is zoekende naar  stalsystemen die beter passen bij een natuurinclusieve bedrijfsvoering. Dat doen ze samen met onderzoekers. Op de  bijeenkomst op 10 juli deelden zij kennis en ervaringen tot nu toe en is besproken hoe we weer een stap verder kunnen komen.

Organisatie:

Living Lab Fryslân i.s.m. Boerenverstand.

De opkomst:

De opkomst was goed, circa 40 geïnteresseerden waren aanwezig. Van praktiserende veehouders, overheden,  onderzoeksinstellingen, financiers tot diverse adviseurs. Deze mensen waren allemaal gericht uitgenodigd, ze behoren tot de doelgroep.

Doel van de bijeenkomst:

  • Bekendheid en draagvlak creëren voor het traject
  • Verbreden kader naar
    • natuurinclusief, kringlooplandbouw, milieu en klimaat
    • gehele mestketen
  • Kennis delen over stand van zaken verkenningen nieuwbouw/verbouw
  • Identificeren vervolgactiviteiten:
    • Subsidiëring meerkosten
    • Vergunningen
    • Technische uitwerkingen
    • Onderzoekvragen

Boeren die aan het woord zijn geweest:

  • Klaas Oevering
  • Bote  de Boer
  • Frans Antonides
  • Geert Broersma

Daarnaast gaven twee adviseurs en mensen die bij stalonderdelen zijn betrokken nog toelichtingen.

De uitkomsten:

2 Vervolgacties zijn geselecteerd:

In het kader van de Agro Agenda is Noord Nederland ruimte voor experimenten. Er is een groep gevormd van mensen waarmee we een voorstel voor een experiment gaan indienen: verbouw of nieuwbouw van een andere stal waarmee anders wordt omgegaan met mest, als een stap om te komen tot een NIL en de ruimte die nodig is om dit ook daadwerkelijk uit te voeren in de praktijk. Dit past  uitstekend bij de visie van de minister over Kringlooplandbouw. Er hebben zich ongeveer 15 – 20 mensen voor aangemeld. Deze groep gaat na de zomervakantie bij elkaar komen.

Ook zijn er kennisvragen geformuleerd. Er is behoefte aan meer kennis over stallen, mest, de relatie met bodemkwaliteit, kringlopen, emissies e.d. Het is de bedoeling om de beschikbare kennis bij elkaar te zoeken en te delen met de alle deelnemers.

In het najaar wordt er weer een bredere bijeenkomst georganiseerd om iedereen bij te praten over de aanpak van het bovengenoemde experiment en over het delen van de verzamelde kennis en andere nieuwe ontwikkelingen op dit terrein.

Twee van de veehouders zijn al vergevorderd met hun plannen. Deze zijn beschreven en geanalyseerd door Frank Verhoeven van Boerenverstand in opdracht van de provincie Fryslân.

 

Functie van Consulent

Via de Landbouwdeals is LLF actief bezig, mede door LTO Noord geïnitieerd, met de ontwikkeling van een functie voor een CONSULENT  Er wordt in de landbouw veel nagedacht over natuurinclusieve landbouw, maar de concrete uitwerking naar de eigen bedrijfsvoering is vaak nog onduidelijk. Vragen van boeren zijn:

  • Wat is het?
  • Past het bij mij en bij mijn bedrijf?
  • Krijg ik zo een beter en toekomstbestendig bedrijf?
  • Wat moet er gebeuren in de bedrijfsvoering?
  • Wat kost het?
  • En natuurlijk: wat levert het op?

We zien vragen komen uit:

– landinrichtingsprojecten, bijv. boeren die in de buurt van natuurgebieden werken;

– uit het agrarisch natuurbeheer, bijv. een verdere vergroening van het ANLB, invulling van het nieuwe GLB per 2022;

– veen/weide, combineren van NIL bedrijfsvoering als route in de uitvoering van het Veen/weide plan

– maar ook algemene zin komen vragen, bijvoorbeeld boeren die zich oriënteren op de toekomst

Wij stellen een consulent voor NIL voor, die met cursussen, workshops en (individueel) advies landbouwers begeleidt naar verduurzaming en stappen richting NIL. Het aanbod van de consulent kan ingezet worden bij individuele / groepsvragen en in projecten veen/weide, agrarische natuurbeheer of landschapsinrichting.  Doel is om dit in het najaar van 2019 op te starten in de vorm van een experiment. Er wordt een werkgroep  geformeerd, die mede richting van de werkzaamheden kan aangeven. Een verdiepingsslag kan gemaakt worden op het moment dat er behoefte is om de opgedane kennis ook daadwerkelijk in gebieden toe te passen.  Voor deze ontwikkeling wordt nauw afgestemd met o.a. Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw en Fjildlab.

Hoe ziet een transitieperiode er uit?

Het is duidelijk dat we ons middenin een transitiefase bevinden. We gaan van een gangbare landbouw waar kunstmest, ligboxstallen en grote groene grasvlaktes gemeengoed zijn naar een meer natuurlijker vorm van landbouw. ‘Natuurinclusief’, ‘biologisch’, ‘kringlooplandbouw’; het zijn allemaal benamingen voor een vorm waarbij meer in samenhang met de natuur wordt gewerkt.

Wat houdt een transitie zoal in? Wat kunnen we leren uit transities uit het verleden? Door meer know how over de context, krijgen we een beter beeld en kunnen we beter positioneren en schakelen. Hier kan iedere speler in het veld zijn/haar voordeel mee doen.

Samen met Innovatie socioloog Bart Bremmer zijn we op verkenning gegaan en gekomen tot de VOLGENDE UITWERKING In het stuk komt o.a. het volgende naar voren:

  1. Wat is er momenteel aan de hand in de landbouw?
  2. De verschillende niveaus die te onderscheiden zijn in de transitie
  3. De verschillende bedrijfsketenoriëntaties en de marktbenadering
  4. Fasen in transitie
  5. Overzicht van organisaties en activiteiten.

Nederlanders betalen een forse prijs voor het ‘succes’ van hun landbouw

De huidige intensieve wijze van voedselproductie is niet langer houdbaar en gaat ten koste van het landschap, de natuur, de bodemkwaliteit, de biodiversiteit, het milieu en de volksgezondheid. Nederland teert in op zijn maatschappelijke vermogen. De boeren zelf profiteren evenmin van deze bedrijfsvoering. Het is hoog tijd voor een koerswijziging.

Na WOII is de voedselproductie in Nederland sterk toegenomen en verbeterd. Onder het motto ‘nooit meer honger’ werd productieverhoging en schaalvergroting de centrale doelstelling. De landbouw moest doelmatiger en intensiever. Voedselproductie werd geïndustrialiseerd, met als uiteindelijk doel: de productie van voldoende voedsel van een hoge kwaliteit voor een lage prijs.

Ook zou de inkomenspositie van de boeren moeten verbeteren. De winst van dit succesverhaal is een ongekend grote variatie aan voedingsmiddelen van hoge kwaliteit, tegen een lage winkelprijs. Het percentage van ons inkomen dat we uitgeven aan voedsel is gedaald van 39% in 1950 naar zo’n 11% nu.

De boeren hebben in eerste instantie kunnen profiteren van de landbouwsuccessen, maar de laatste jaren staat het inkomen onder druk. De inkomenspositie van boeren is veel minder goed dan je zou verwachten. Ze gaan gebukt onder hoge financiële lasten en hebben een relatief laag inkomen. Het aantal boeren als aandeel van de beroepsbevolking is bovendien sterk teruggelopen: van 20% in 1950 tot 1,4% nu.2 Uit gebrek aan opvolgers of toekomstperspectief stoppen veel boeren met hun bedrijf. Collega-boeren uit de omgeving nemen de grond en dier- en milieurechten vaak wel over, maar niet de opstallen; die komen in rap tempo leeg te staan.

De maatschappelijke keerzijde van het succesverhaal van de Nederlandse landbouw is de immense impact die de huidige intensieve landbouw heeft op ons landschap.

  1. Grote delen van het landschap zijn onherkenbaar veranderd. Sinds 1900 is maar liefst 50% van de lijnvormige cultuurhistorische elementen als sloten, houtwallen, houtsingels en graften verdwenen.
  2. Het is stil geworden op het platteland doordat het aantal boerenlandvogels sinds 1960 met 60-70% is teruggelopen.
  3. De hoeveelheid insecten is meer dan gehalveerd, evenals de biodiversiteit op landbouwgronden.
  4. Dierziekten duiken overal op, met gevaar voor dier en mens.
  5. De kwaliteit van de bodem en het oppervlaktewater is bijna overal slecht.
  6. De kwaliteit van de lucht in grote delen van Nederland ook.

Oorzaken van deze verslechteringen in de kwaliteit van het landschap zijn onder andere de grote hoeveelheid mest die op het land wordt gebracht, het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, gebruik van steeds grotere en zwaardere machines, diepere ontwatering en het scheuren van bodems. Andere oorzaken zijn het dempen van sloten, intensiever agrarisch gebruik van randen van akkers en weilanden, het verdwijnen van overhoekjes en het toepassen van monoculturen van gras. Tenslotte spelen ook het te vroeg maaien van graslanden (waardoor jonge weidevogels niet overleven) en het functieverlies van groene landschapselementen op kavels en perceelsgrenzen een rol, waardoor ze uiteindelijk vaak verdwijnen.

Nederlanders betalen dus een forse prijs voor het ‘succes’ van hun landbouw. En ook elders, waar bijvoorbeeld ons veevoer vandaan komt, wordt een prijs betaald. De prijzen in de supermarkt zijn weliswaar laag, maar de verborgen maatschappelijke kosten zijn erg hoog. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gaat het om vele miljarden per jaar.Veel van deze kosten komen uiteindelijk voor rekening van de belastingbetaler. Nederland teert in op zijn maatschappelijk vermogen: de huidige intensieve landbouw gaat ten koste van de kwaliteit van het water en de lucht, de biodiversiteit, het landschap en cultuurhistorische waarden en uiteindelijk ook de menselijke gezondheid. Nederland staat op een keerpunt. Zoals er nu geboerd wordt, is niet langer houdbaar en maatschappelijk onaanvaardbaar.

Naast de noodzakelijke transitie van de landbouw staat het platteland ook nog voor andere grote maatschappelijke opgaven: klimaatverandering, de wateropgave, energietransitie, bouwen in het groen, maar ook de vergrijzing en bevolkingsafname vragen om verregaande aanpassing van de inrichting en organisatie van het landelijk gebied.

Bron: Panorama Nederland en CBS

Met name organisaties buiten de keten zetten zich in voor natuurinclusieve landbouw

Wij hebben een overzicht gemaakt van (bijna) alle organisaties die zich in Fryslân bezighouden met natuurinclusieve landbouw (NIL). Deze taak heeft LLF op zich genomen om het speelveld beter in kaart te krijgen, duidelijkheid voor zichzelf en andere partijen te creëren en om daarmee gezamenlijk rol en focus te bepalen.

De inventarisatie is gedaan op verschillende onderdelen:

  1. Doel
  2. Focus
  3. Doelgroep
  4. Houding
  5. Activiteit
  6. Verhouding in/tot keten.

Voor veel organisaties is betrokkenheid bij natuur en landschap de belangrijkste drijfveer om zich bezig te houden met NIL, hoewel er ook een derde deel van de organisaties vooral betrokken is vanuit de drijfveer voedsel en gezondheid. Ruim driekwart van de organisaties heeft een technische focus, terwijl een kwart sterker gericht is op financieel economische vragen. De boer is de belangrijkste doelgroep van de organisaties, gevolgd door de burger/consument. Twee derde van de organisaties in het overzicht heeft een sterke affiniteit met NIL of is er zelfs voor opgericht. De overige organisaties spelen wel een rol, maar stellen zich min of meer neutraal op. In het schema ‘Keten’ is te zien dat het vooral partijen (70%) buiten de landbouwketen zijn die zich met NIL bezighouden.

De analyse van de organisaties is gekoppeld aan een analyse van de veranderingen in de landbouw en de ontwikkelingen binnen een transitieperiode. Op basis van deze uitkomsten is de rol en positionering van LLF gebaseerd. Ook andere organisaties kunnen op basis van deze inventarisatie beter hun rol en positie bepalen, waardoor we gezamenlijk krachtiger worden en in de provinsje Fryslân een versnelling naar NIL weten te realiseren. Op deze wijze wordt de ambitie van de provincie om in 2015 natuurinclusief te zijn veel realistischer.

Klik hier voor de link naar alle visuals (taartdiagrammen) die zijn uitgewerkt op basis van diverse indelingen.

Klik hier voor het uitgebreide document waarin we uitleg geven over het volgende:

  1. Wat is er momenteel aan de hand in de landbouw?
  2. De verschillende niveaus die te onderscheiden zijn in de transitie
  3. De verschillende bedrijfsketenoriëntaties en de marktbenadering
  4. Fasen in transitie
  5. Overzicht van organisaties en activiteiten.