In de bus naar drie natuurinclusieve stallen – wat hebben we opgestoken?

Woensdag 30 maart 2022

Route: Leeuwarden – Heerenveen – Tienhoven – Uden – Kaatsheuvel

Om 7 uur vertrokken we van de Dairy Campus in Leeuwarden richting Heerenveen. Het weer is goed en de bus is met 20 passagiers gezellig vol. Na in Heerenveen en Lelystad nog een aantal passagiers te hebben opgepikt, komen we rond 9.30 uur in Tienhoven aan. De heer Paul Galama van de WUR is samen met college Abele Kuipers in Lelystad opgestapt om ons te voorzien van kennis en meer achtergrondinformatie over de verschillende vloertypen in relatie tot het onderzoek naar emissies wat door de WUR op o.a. de Dairy Campus wordt gedaan.

Van der Linden – Tienhoven

Het biologische melkveebedrijf van Willem van der Linden ligt in een natuurrijke polder bij Tienhoven. Hij heeft zijn bedrijf volledig afgestemd op het gebruik van natuurterreinen in de omgeving, waarvan hij een gedeelte in eigen beheer heeft. De melkrobots melken er zo’n 200 koeien. Het vee rust in diepstrooiselboxen, die gevuld zijn met hooi van het natuurland. De koeien willen dit hooi niet vreten, maar op deze manier krijgt het hooi toch een functie. Zijn vee voert hij naast hooi en kuil restproducten van o.a. de biologische sapproducent Schulp, die vlakbij zit. Ook krijgt hij pompoenen en andere doorgedraaide groentesoorten aangeleverd vanuit de polder. Zijn veestapel is een mengeling van Blonde d’aquitaines, Jerseys en Holstein-Frisians.

‘Het ideaalbeeld is natuurland met volop weidevogels, vlinders, insecten en breedruggige koeien’.

De vloer had geen naam of type, een dichte vloer met aan het einde een rooster met afstort waar de urine in een kelder komt, de mest wordt hier overheen geschoven en komt dan achter de stal op de betonplaat.

Bij de bouw was de wens om simpel te bouwen en zoals Willem vertelde, ‘wat je niet uitgeeft hoe je niet terug te verdienen’.

De stalvloer bestaat uit een dichte vloer met aan het einde een rooster met afstort, waar de urine in een kelder komt. De dikke fractie (vaste mest) wordt uit de stal geschoven en achter de ligboxenstal gebracht. Daar wordt de vaste mest op zgn. rillen gezet en omgezet naar compost. De aanvoer van natuurmaaisel komt o.a. van het gepachte land, Natuurmonumenten, gemeenten en Staatsbosbeheer. Hiervoor heeft hij ook een weegbrug op het erf zodat in- en uitgaande stromen gewogen kunnen worden. Om de temperatuur en de vochtigheid in de composthopen optimaal te houden, sproeit Van der Linden af en toe gier over de compostrillen. De compost zou een temperatuur van rond de 60 graden Celsius moeten bereiken om de vertering van de compost optimaal te krijgen en de onkruidkiemen te vernietigen. De dunne fractie (meest urine) wordt aan het einde van de stal in een aparte put opgevangen en overgepompt naar een mestsilo.

De ruige mest en de compost wordt voor een deel in het voorjaar over het natuurland uitgereden. Vanuit zijn ervaring ziet Van der Linden zijn land verbeteren. Een ander deel van de vaste mest/compost wordt afgezet naar akkerbouwers in de Flevopolder (circa 2.000 ton op jaarbasis). Op deze manier weet Van der Linden natuurmaaisel tot waarde te brengen.  De dunne fractie/urine rijdt Willem in het voorjaar uit in een gift van 35m3 per ha, gevolgd door nog een gift van 15m3 na de eerste snede. Dit lijkt een hoge gift, maar de kanttekening hierbij is dat de dunne fractie deels verdund is met regenwater.

Van Boxtel – Uden

Het melkveebedrijf van Frank van Boxtel ligt in het Brabantse Uden. Hij melkt zo’n 100 roodbonte melkkoeien in een traditionele melkstal. In 2014 heeft hij een W5-vloer over de roosters geplaatst, waardoor hij in staat was om de mest primair te gaan scheiden. De dunne fractie vangt hij op in de oude gierkelders. De dikke fractie wordt van uit de opvangbak driemaal daags afgevoerd uit de stal. Het wordt buiten de stal automatisch gemengd met hakselstro, schelpenkalk, kleimineralen en fermentatievloeistof, waarna het door een buizensysteem naar het midden van de sleufsilo wordt gepompt. De sleufsilo is hermetisch afgesloten met plastic. In de sleufsilo wordt de dikke fractie gefermenteerd tot bokashi. Hier is van Boxtel recent pas mee begonnen en dit zit in de experimentele fase. Met name het goed luchtdicht afsluiten van de sleufsilo is een lastig vraagstuk.

‘In de sleufsilo wordt de dikke fractie gefermenteerd tot bokashi.’

Van Boxtel streeft ernaar om de dunne fractie te kunnen gaan gebruiken als kunstmestvervanger. Hiervoor moet volgens de huidige eisen 90% van de N uit de urine bestaan uit minerale (anorganische) stikstof. Uit de metingen blijkt dat dit met de W5 vloer nog lastig te realiseren is omdat er kleine hoeveelheden mest mee de put in gaan. Uit eerste metingen met de tegelvloer werd de 90% wel gehaald. De kwaliteit van de scheiding speelt hierbij een zeer belangrijke rol. Hoe zuiverder je de mest kan scheiden hoe hoger het percentage minerale stikstof.

Op het moment van het bedrijfsbezoek was er net een nieuw systeem (Indumax) aangelegd, waarbij door middel van filters met het mineraal zeoliet en een koolstofcomponent ammoniak uit de lucht van de mestput met de urine wordt gehaald. Ook wordt er zeolietpoeder toegevoegd in de gleuf van de W5 vloer. Doel hiervan is om een hogere ammoniakreductie te realiseren. Een aantal deelnemers vindt dit een interessante ontwikkeling omdat hierdoor de urine mogelijk niet hoeft te worden aangezuurd met zwavelzuur of salpeterzuur om de ammoniak uitstoot te reduceren. Uit proeven van de WUR op de Dairy Campus blijkt namelijk dat na primaire scheiding nog een nabewerking van de urine nodig is, omdat door de hoge pH van de urine ammoniak alsnog vrijkomt. Met name in de biologische melkveehouderij is het aanzuren een issue. Uit de eerste metingen met de methode die nu ook toegepast wordt bij van Boxtel blijkt verrassenderwijs dat met deze methode het methaangehalte gereduceerd kan worden, al zijn er nog vragen over hoe dit proces precies in zijn werk gaat. Aangezien tot nu toe werd aangenomen dat methaan niet uit de lucht gefilterd kan worden. Stof tot nadenken dus, ook bij de meegereisde onderzoekers van de WUR.

Op het bedrijf waren diverse adviseurs en vertegenwoordigers aanwezig, wat het een dynamisch bedrijfsbezoek maakte. Aan het eind van de excursie werd nog even in het land gekeken naar een 3 jaar geleden ingezaaid gras-klaver perceel. De 25 m3 bokashi per ha die hier begin februari was opgebracht was al bijna volledig omgezet door het bodemleven. Naast de bokashi bemest van Boxtel 1 strook van 25 meter met 25 m3 dunne fractie in plaats van kunstmest. Ondanks dat de stikstof in de urine behoorlijk geconcentreerd is, had van Boxtel geen last van brandplekken in het grasland.

Onderweg in de bus

Paul Galama en collega Abele Kuipers – ook in de bus aanwezig – zijn vanuit de WUR bezig met een haalbaarheidsstudie naar manieren van luchtafvang in mestkelder en stallucht om vervolgens zowel ammoniak als methaan te filteren / oxideren. Oxideren van methaan uit stallucht is niet makkelijk omdat de concentratie laag is. Hoe dichter je de lucht opvangt bij de bek hoe beter. Het bedrijf Unimag, dat bij Van Boxtel de zeolietfilters heeft geïnstalleerd, is voor hen interessant. Omdat zij beweren een mogelijkheid te hebben gevonden om methaan uit de lucht te filteren.

‘Hoe dichter je de lucht opvangt bij de bek hoe beter’.

Om de vaste mest stapelbaar te maken biedt het mengen van mest met stro oplossingen. Over de menger met stro, die we bij van Boxtel in Uden hadden gezien, kan contact op worden genomen met Anne de Boer, bij de meeste deelnemers wel bekend. Op die manier krijg je met minimaal stroverbruik (1,5 kg/koe/dag) toch een goed stapelbaar eindproduct. De aanwezigen vragen zich af of het verwerken van bokashi, zoals Van der Linden dat doet door te composteren in de open lucht, meerwaarde oplevert. Paul Galama geeft aan dat het luchtdicht afdekken qua emissies zeker voordelen biedt. Het opslaan of composteren van vaste strorijke mest in de open lucht geeft  hoge emissies van met name methaan. Door het af te dekken kan dit gereduceerd worden.

Galama deelt een leaflet uit waarin verschillende stalsystemen, bewerking van feces en urine en toediening van mestfracties zijn geïllustreerd en toegelicht.

  1. Scheidende vloer. Er zijn verschillende typen scheidende vloeren. In het onderzoek op de Dairy campus is onderzoek gedaan naar de tegelvloer, een rubberen vloer met goten en gaten en het koetoilet. Paul Galama gaat kort in op de resultaten. Op de Dairy Campus is eind 2020 een onderzoek gestart met o.a. de doorlaatbare tegelvloer. De emissie viel in het begin erg tegen. Urine komt in de kelder en heeft een hoge pH waardoor veel ammoniak ontstaat. Het aanzuren van de urine reduceert de ammoniakemissie uit de kelder met urine sterk. De ammoniak emissie vanaf de tegelvloer moet verbeterd worden door de doorlaatbaarheid te verbeteren. Een 2e oplossing is het afzuigen van de kelderlucht.
    Ook hiernaar wordt dit jaar op de Dairy Campus onderzoek gedaan. Metingen van Koetoilet zijn afgerond. Dit jaar volgt meetrapport.
  2. Urine als kunstmestvervanger. Tot nu toe lijkt uit het onderzoek dat het Koetoilet de meest zuivere scheiding op te leveren. Een tegelvloer is een tweede goede methode. De scheidingsvloer van beton zoals bij van Boxtel heeft een iets mindere scheiding. Dit is van belang om eventueel de urinefractie in aanmerking te laten komen als kunstmestvervanger (Renure), want dan moet  meer dan 90% van de totale stikstof in de urine uit ammonium stikstof (snel beschikbare N)  bestaan. De rest van de N is organisch gebonden N.
  3. Toevoegmiddelen. Vraag: Is Zeoliet een oplossing? Paul: er zijn vele soorten, belangrijk is meten is weten. Een ander middel Magnesiumchloride wordt nu op DC onderzocht.
  4. Mestscheiding onder roosters is een optie die gehanteerd wordt in de varkens- en vleesveehouderij, maar is iets wat heel veel melkveehouders niet willen. Om die reden is dit type vloer niet meegenomen in het onderzoek.
  5. Een ander beproefd mestscheidingssysteem is Lely Sphere. De ammoniak wordt afgevangen uit de kelder met een filter. Dit systeem levert drie restproducten op; dikke fractie met veel P, dunne fractie met veel K en ammoniumsulfaat/nitraat.

Het aanzuren van mest wordt in Denemarken veel gedaan. Er wordt daar zwavelzuur aan toegevoegd. In Nederland is men hier nog niet heel enthousiast over, omdat zwavelzuur ook een controversieel middel is en er veel zwavel aan de mest wordt toegevoegd. Alleen de urinefractie aanzuren is makkelijker inpasbaar en vergt minder zuur en dus wend je ook minder extra Zwavel op het land aan. .

Tot slot vertelt Paul over Vrijlevenstallen. Dit is een nieuw type stal, dat nog in de kinderschoenen staat. Het is een vrijloopstal met zand, in een stal zonder ligboxen met veel leefruimte voor het vee. De mest wordt gescheiden door een zandpakket. De urine wordt door het zand via drains in de onderlaag op een centraal punt opgepompt in apart opgeslagen. De faeces wordt door een zogenaamde bedding cleaner opgeraapt.

Kwatrijnstal Sprangers – Kaatsheuvel

Sjaak Sprangers werkt nauw samen met Natuurmonumenten.  Zijn open Kwatrijnstal ligt direct tegen het natuurgebied De Loonse en Drunense Duinen aan. Hij heeft zo’n 100 Jersey koeien, waarvan hij er zo’n 70 melkt. Daarnaast fokt hij op het thuisbedrijf zijn eigen jongvee op. Hij heeft nauwelijks een veearts nodig en al bijna 15 jaar geen klauwbekapper op het erf gehad.

‘Ik werk bij voorkeur met gras-kruiden mengsels om de gezondheid van het vee te bevorderen’.

De dikke fractie wordt van de dunne fractie gescheiden door de dichte G2-vloer van Swaans beton met gaten. De dikke fractie wordt tweemaal daags door een mestrobot weggeschoven in een put aan het eind van de stal. Van daaruit wordt het op een transportband naar een overdekte mestbult gebracht. Daar wordt het opgestapeld. De urine loopt onder de vloer in de (ondiepe) gierkelder. Zomers beregent Sprangers de vloer met behulp van waterleidingen, die hij op twee meter hoogte met spanbanden door de stal heeft opgehangen. Hierdoor blijft de vloer beter schoon. Als de vloer te droog wordt schuift de mest niet meer goed af. De mest brengt hij over zijn eigen land. 20 ton vaste mest op de maaipercelen en daarbij 40 m3 gier verdeeld over 3 giften. Op de weidepercelen 10 ton stalmest en verder daar niks.

Zijn koeien grazen zoveel mogelijk buiten (april – november) rondom de stal en ook op de percelen verder weg. Er ligt zo’n 30 hectare natuurland verderop, daar lopen de melkkoeien overdag en het jongvee. Sprangers wil dat zijn koeien zoveel mogelijk weerstand opbouwen en is ervan overtuigd, dat de koeien zelf de kruiden en mineralen uit het land halen, die ze nodig hebben.

Sprangers werkt veel samen met het Louis Bolk instituut en de WUR voor verschillende ontwikkelingen en testen. Hij is daarnaast voorzitter van Stichting Duinboeren, waar 170 boeren uit de omgeving bij zijn aangesloten.

Terug naar Friesland

In de bus terug naar Friesland vraagt Paul Galama alle deelnemers naar de highlights van de dag:

  • Gedreven, gepassioneerde boeren.
  • Regelgeving is altijd lastig.
  • Ik wil wel graag verder met koecomfort.
  • Met name de ondernemersverhalen vond ik erg interessant.
  • Van der Linden was erg interessant qua contacten.
  • De stal van Sprangers staat op een prachtige, unieke plek.
  • Ik vond de tweede boer (Van Boxtel) het meest interessant. Zijn bedrijfsvoering is praktisch om toe te passen.

‘Ik vond het mooi om te zien hoe de drie verschillende ondernemers zich helemaal hebben aangepast aan hun situatie’.

  • Ik vraag me wel af hoe onkruid zich gedraagt in fermentatie? Joost Mulder: we weten van bulten met onkruidzaad en de resultaten tegen het onkruid zijn heel goed. Het is wel van belang dat de omzetting voldoende de kans en tijd krijgt.
  • Ik vond het een heel interessante dag. Eerste boer: doen wat je leuk vindt en daarmee genoeg verdienen, dat is het ideaal. Boer 2: keurig bedrijf, prima systeem, goed uitvoerbaar. 3e boer: inspirerend, natte mest.
  • Heel inspirerend. Drie heel verschillende systemen. Paul: zit er een systeem bij wat jullie aanspreekt? Het strooisel bij boer 1 zag er prachtig uit. De aanpak van de tweede boer lijkt op ons idee. 3e boer: openlucht mest is ook inspirerend, wel kwetsbaar.
  • Ik sluit me aan bij de rest. Interessant, ieder ook eigen oplossingen.
  • Volgens mij worstelen alle drie de boeren met het stapelbaar maken van mest.

‘Alle drie de  boeren hebben hun omgevingsfactoren naar hun hand kunnen zetten’.

  • Eerste bedrijf: mooi om te zien hoe de boeren ‘natuur’ tot bestaansrecht brengen. Zelf heb ik het meest met bedrijf 2. Het afdekken van de bokashibult is ingewikkeld; het moet wel praktisch blijven. Ik zit net voor de bouw van een nieuwe stal en heb veel inspiratie opgedaan. Zeoliet is ook erg interessant en inspiratievol.
  • Interessante dag gehad. Drie totaal verschillende bedrijven. Het stapelbaar maken van mest is wat ik meeneem naar het bedrijf. Mengen is voor mij het mooiste systeem.
  • Informatieve, bijzondere dag met boeren die het goed kunnen vertalen.

‘Grond voeden met dikke fractie en gewas voeden met dunne fractie’.

  • Ik wil zoveel mogelijk met eigen producten zowel het gewas als de grond voeden.
  • Voor mij is het belang van de primaire mestscheiding het meest interessant. Het hoogste rendement uit eigen stront. Bij Van Boxtel: ik zou proberen om zeoliet in de boxen te gooien en mee laten gaan in de mest in plaats van het door de filters te laten gaan. Methaan blijft een punt. Paul Galama: waar haal je het geloof vandaan dat zeoliet zorgt voor emissiereductie? Als je het door een filter haalt, lijkt het te werken. Als je het in de mest toevoegt, zou dat wellicht ook kunnen werken. Aanpassen aan de omstandigheden, is natuurlijk altijd mooi als dat ook rendement oplevert.
  • Het was een inspirerende dag. Drie totaal verschillende ondernemers en bedrijven. Het 1e en 3e bedrijf zijn voorbeelden van bedrijven, waarbij de omgeving betekenis geeft aan het bedrijf. Realiteit: bedrijven 1 en 3 zijn voor Friesland wat minder toepasbaar; het bedrijf van Van Boxtel is dan een meer representatief voorbeeld. De wil om te verbeteren is opvallend.
  • Drie 3 boeiende bedrijven en het verhaal van Paul Galama maken een mooie dag. Wat moet het dan moeilijk zijn voor boeren om een stal te bouwen. Mestverwerking was het meest opvallende thema. Bij bedrijf 1 lag het buiten. 2e onder plastic met wanden die lijken te gaan lekken. 3e had het binnen liggen. Ik weet de beste oplossing niet, wel veel succes aan de boeren die gaan bouwen.
  • In onze te bouwen stal krijgen wij ook nog uitgeperste faeces als restproduct. Darmvocht wordt in gasdichte silo opgevangen. Dit zorgt ook voor nieuwe uitdagingen.
  • Inspirerende dag, boeiende ondernemers.

‘Bijzonder hoe zij hun stal inpassen in het gebied’.

  • Van Boxtel is interessant om te vertalen naar een eigen situatie. Veel bevestigingen ook.
  • Mooie dag gehad met zijn allen. Drie heel verschillende bedrijven. 1e bedrijf: kringloop die ook weer naar akkerbouw teruggaat. 2e: kunstmestvervanger, erg interessant. 3e bedrijf: interessante kwatrijnstal.

Paul Galama bedankt iedereen voor diens input en terugkoppeling. Na een voorspoedige terugreis met weinig files zijn we rond 20.00 uur weer terug in Leeuwarden.