Land van melk en honing

Deze Bijbelse uitdrukking voor Israël – het goede land van overvloed- doet mij denken aan de overvloed in ons eigen Nederland. En een overvloed aan melk produceren we in ons kikkerlandje zeker, wanneer je kijkt naar de productie per hectare landbouwgrond. De afgelopen jaren werd vanuit het buitenland met een mengeling van verbazing en verwondering gekeken naar de ontwikkelingen in de Nederlandse melkveehouderij. Het leidde tot veel vragen van buitenlandse journalisten, zeker nadat deze ‘melkbubbel’ klapte bij het doorbreken van het fosfaatplafond. In de kern is veel van de huidige problematiek een gevolg van lineair denken. Door extra voer aan koeien te geven, ontstaat per kilo voer meer melk, maar tegelijk blijft er meer mest over waar geen plek voor is op het eigen land. Een restproduct waar je buiten het eigen bedrijf weer een oplossing voor moet zoeken. In de natuur bestaat afval niet, daar is een restproduct weer voedsel voor volgende productiecyclus. Een boerenbedrijf is het krachtigst door juist vele natuurlijke kringlopen samen te brengen -denk aan het logo van de Olympische spelen- en gezond en smaakvol voedsel opleveren in een divers landschap.

Dan kom ik van melk(productie) onvermijdelijk op de honing. Dat het met de insecten bergafwaarts gaat is niemand ontgaan in het afgelopen jaar. Het monotone grasland waarin weinig bloemen bloeien speelt zeker een rol in die teruggang, naast alle andere invloeden. Naast deze alarmerend trends van minder diversiteit is te zien dat ook het aantal boeren in ons landschap drastisch terugloopt. Ik denk dat er een verband is. Wanneer de boer en het vee uit het landschap verdwijnen, dan doet eentonigheid haar intrede.

Ik voel me sterk betrokken bij boeren en bij landschap waarin zij werken, daarom zet ik me tegenwoordig in voor natuurinclusieve landbouw. Voor mij is dit de manier om diversiteit van onze sector en het platteland te benutten en naar een landbouw te gaan passend bij ieders omstandigheden. Ik merk bij de -vooral jonge- boeren die meedoen in ons Living Lab in Friesland, dat het mogelijk is om ook echt verandering te realiseren. Daarbij is het aanbod van nieuwe kennis en de mogelijkheid om ervaringen te delen van belang. Daarnaast leggen we samen met boeren nieuwe verbindingen naar de markt en met het landschap rondom de boerderij. In de praktijk begint het op veel bedrijven vooral bij het realiseren van een rijker bodemleven, letterlijk door veel koeien telkens kort te laten grazen in soortenrijke weides. De bodem verandert hierdoor, kan opvallend veel meer water vasthouden en er komt meer organische stof in de grond.

Doordat de koeien letterlijk bewegen door het landschap brengen ze ook de dynamiek terug die nodig is voor florerende natuur, zoals wormen en insecten voor weidevogels en bloemen voor bestuivers. De melkproductie is weliswaar lager, maar wel rijker aan bijvoorbeeld gunstige vetzuren en heeft veel meer smaak. De link leggen tussen melk en honing, geeft een als zichtbaar resultaat een Hollands weidelandschap dat zich kenmerkt door rijke weiden met bloeiende planten voor honing, een basisvoorwaarde voor een volhoudbare melkveehouderij. Wanneer de melk van deze koeien ook een hogere prijs opbrengt voor de boer, dan kan hij meerdere generaties lang bijdragen aan het herstellen van het landschap. Dat brengt boer en samenleving terug in het goede land, met wat minder overvloed.

Wiebren van Stralen is programmaleider van Living Lab Fryslan 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *