Natuurinclusiviteit op en rondom het boerenerf


Een erf kan best netjes zijn, maar dat betekent niet dat er geen ruimte is voor biodiversiteit. Vooral met een gevarieerde inrichting kun je veel betekenen voor bijvoorbeeld vogels en insecten.

Opgeruimd en netjes klinkt mooi, maar een variatie aan insecten bereik je door een stabiele variatie in kleine leefgebiedjes aan te brengen. Dat is meer een eigenschap die hoort bij constant rommelig en niet zo netjes… Een aangeharkt erf is meestal eenvormig en daarom niet zo biodivers.

Zorg daarom voor meerdere bronnen (variatie) voor biodiversiteit: schraal / rijk, droog / nat, begroeid / kaal, plat / hellend, 1 laag begroeiing (kruiden)/ meer lagen (ruigte, struiken, lage bomen, klimplanten, hoge bomen), windbestuivers / bloemplanten / kruidenvariatie, dood / levend.

Daarnaast is het ook nodig dat de erven door de insectenpopulaties onderling bereikt kunnen worden via netwerken van corridors. Daarom ook variatie houden in de verbindende elementen, zoals sloten en bermen, of door variatie in naastliggend grasland en gewassen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *