Ruimte voor studiegroepen

LLF heeft een aantal subsidies toegekend gekregen, waaronder een POP-subsidie. Hierdoor hebben we ruimte om de komende 2,5 jaar aan de slag te gaan met diverse studiegroepen, gericht op natuurinclusieve landbouw.

Het kan dan gaan om studiegroepen die drie seizoenen lang blijven draaien of jaarlijks wisselende studiegroepen.  Ook is er ruimte om als een soort maatjesproject in duo’s kennis op te doen van NIL. De eerste individuele belangstellenden en groepen hebben zich intussen gemeld.

Daarnaast hebben we in samenwerking met ANMV De Gagelvenne al een studiegroepsessie gehad met betrekking tot samenwerking akkerbouw – melkveehouderij.

Het thema NIL is natuurlijk heel breed, vandaar dat we ook vrij breed kunnen kijken naar de thema’s waarover we de studiegroepen willen inrichten. Hou onze kanalen hiervoor ook in de gaten. Maar heb je belangstelling,  meld je vooral alvast aan.

In de uitvoering proberen we zo veel als mogelijk aan te sluiten bij het beschikbare netwerk wat we intussen ook binnen de Landbouwadvies Pool hebben opgebouwd.

Deze activiteiten worden mede mogelijk gemaakt door:

         

In de bus naar drie natuurinclusieve stallen – wat hebben we opgestoken?

Woensdag 30 maart 2022

Route: Leeuwarden – Heerenveen – Tienhoven – Uden – Kaatsheuvel

Om 7 uur vertrokken we van de Dairy Campus in Leeuwarden richting Heerenveen. Het weer is goed en de bus is met 20 passagiers gezellig vol. Na in Heerenveen en Lelystad nog een aantal passagiers te hebben opgepikt, komen we rond 9.30 uur in Tienhoven aan. De heer Paul Galama van de WUR is samen met college Abele Kuipers in Lelystad opgestapt om ons te voorzien van kennis en meer achtergrondinformatie over de verschillende vloertypen in relatie tot het onderzoek naar emissies wat door de WUR op o.a. de Dairy Campus wordt gedaan.

Van der Linden – Tienhoven

Het biologische melkveebedrijf van Willem van der Linden ligt in een natuurrijke polder bij Tienhoven. Hij heeft zijn bedrijf volledig afgestemd op het gebruik van natuurterreinen in de omgeving, waarvan hij een gedeelte in eigen beheer heeft. De melkrobots melken er zo’n 200 koeien. Het vee rust in diepstrooiselboxen, die gevuld zijn met hooi van het natuurland. De koeien willen dit hooi niet vreten, maar op deze manier krijgt het hooi toch een functie. Zijn vee voert hij naast hooi en kuil restproducten van o.a. de biologische sapproducent Schulp, die vlakbij zit. Ook krijgt hij pompoenen en andere doorgedraaide groentesoorten aangeleverd vanuit de polder. Zijn veestapel is een mengeling van Blonde d’aquitaines, Jerseys en Holstein-Frisians.

‘Het ideaalbeeld is natuurland met volop weidevogels, vlinders, insecten en breedruggige koeien’.

De vloer had geen naam of type, een dichte vloer met aan het einde een rooster met afstort waar de urine in een kelder komt, de mest wordt hier overheen geschoven en komt dan achter de stal op de betonplaat.

Bij de bouw was de wens om simpel te bouwen en zoals Willem vertelde, ‘wat je niet uitgeeft hoe je niet terug te verdienen’.

De stalvloer bestaat uit een dichte vloer met aan het einde een rooster met afstort, waar de urine in een kelder komt. De dikke fractie (vaste mest) wordt uit de stal geschoven en achter de ligboxenstal gebracht. Daar wordt de vaste mest op zgn. rillen gezet en omgezet naar compost. De aanvoer van natuurmaaisel komt o.a. van het gepachte land, Natuurmonumenten, gemeenten en Staatsbosbeheer. Hiervoor heeft hij ook een weegbrug op het erf zodat in- en uitgaande stromen gewogen kunnen worden. Om de temperatuur en de vochtigheid in de composthopen optimaal te houden, sproeit Van der Linden af en toe gier over de compostrillen. De compost zou een temperatuur van rond de 60 graden Celsius moeten bereiken om de vertering van de compost optimaal te krijgen en de onkruidkiemen te vernietigen. De dunne fractie (meest urine) wordt aan het einde van de stal in een aparte put opgevangen en overgepompt naar een mestsilo.

De ruige mest en de compost wordt voor een deel in het voorjaar over het natuurland uitgereden. Vanuit zijn ervaring ziet Van der Linden zijn land verbeteren. Een ander deel van de vaste mest/compost wordt afgezet naar akkerbouwers in de Flevopolder (circa 2.000 ton op jaarbasis). Op deze manier weet Van der Linden natuurmaaisel tot waarde te brengen.  De dunne fractie/urine rijdt Willem in het voorjaar uit in een gift van 35m3 per ha, gevolgd door nog een gift van 15m3 na de eerste snede. Dit lijkt een hoge gift, maar de kanttekening hierbij is dat de dunne fractie deels verdund is met regenwater.

Van Boxtel – Uden

Het melkveebedrijf van Frank van Boxtel ligt in het Brabantse Uden. Hij melkt zo’n 100 roodbonte melkkoeien in een traditionele melkstal. In 2014 heeft hij een W5-vloer over de roosters geplaatst, waardoor hij in staat was om de mest primair te gaan scheiden. De dunne fractie vangt hij op in de oude gierkelders. De dikke fractie wordt van uit de opvangbak driemaal daags afgevoerd uit de stal. Het wordt buiten de stal automatisch gemengd met hakselstro, schelpenkalk, kleimineralen en fermentatievloeistof, waarna het door een buizensysteem naar het midden van de sleufsilo wordt gepompt. De sleufsilo is hermetisch afgesloten met plastic. In de sleufsilo wordt de dikke fractie gefermenteerd tot bokashi. Hier is van Boxtel recent pas mee begonnen en dit zit in de experimentele fase. Met name het goed luchtdicht afsluiten van de sleufsilo is een lastig vraagstuk.

‘In de sleufsilo wordt de dikke fractie gefermenteerd tot bokashi.’

Van Boxtel streeft ernaar om de dunne fractie te kunnen gaan gebruiken als kunstmestvervanger. Hiervoor moet volgens de huidige eisen 90% van de N uit de urine bestaan uit minerale (anorganische) stikstof. Uit de metingen blijkt dat dit met de W5 vloer nog lastig te realiseren is omdat er kleine hoeveelheden mest mee de put in gaan. Uit eerste metingen met de tegelvloer werd de 90% wel gehaald. De kwaliteit van de scheiding speelt hierbij een zeer belangrijke rol. Hoe zuiverder je de mest kan scheiden hoe hoger het percentage minerale stikstof.

Op het moment van het bedrijfsbezoek was er net een nieuw systeem (Indumax) aangelegd, waarbij door middel van filters met het mineraal zeoliet en een koolstofcomponent ammoniak uit de lucht van de mestput met de urine wordt gehaald. Ook wordt er zeolietpoeder toegevoegd in de gleuf van de W5 vloer. Doel hiervan is om een hogere ammoniakreductie te realiseren. Een aantal deelnemers vindt dit een interessante ontwikkeling omdat hierdoor de urine mogelijk niet hoeft te worden aangezuurd met zwavelzuur of salpeterzuur om de ammoniak uitstoot te reduceren. Uit proeven van de WUR op de Dairy Campus blijkt namelijk dat na primaire scheiding nog een nabewerking van de urine nodig is, omdat door de hoge pH van de urine ammoniak alsnog vrijkomt. Met name in de biologische melkveehouderij is het aanzuren een issue. Uit de eerste metingen met de methode die nu ook toegepast wordt bij van Boxtel blijkt verrassenderwijs dat met deze methode het methaangehalte gereduceerd kan worden, al zijn er nog vragen over hoe dit proces precies in zijn werk gaat. Aangezien tot nu toe werd aangenomen dat methaan niet uit de lucht gefilterd kan worden. Stof tot nadenken dus, ook bij de meegereisde onderzoekers van de WUR.

Op het bedrijf waren diverse adviseurs en vertegenwoordigers aanwezig, wat het een dynamisch bedrijfsbezoek maakte. Aan het eind van de excursie werd nog even in het land gekeken naar een 3 jaar geleden ingezaaid gras-klaver perceel. De 25 m3 bokashi per ha die hier begin februari was opgebracht was al bijna volledig omgezet door het bodemleven. Naast de bokashi bemest van Boxtel 1 strook van 25 meter met 25 m3 dunne fractie in plaats van kunstmest. Ondanks dat de stikstof in de urine behoorlijk geconcentreerd is, had van Boxtel geen last van brandplekken in het grasland.

Onderweg in de bus

Paul Galama en collega Abele Kuipers – ook in de bus aanwezig – zijn vanuit de WUR bezig met een haalbaarheidsstudie naar manieren van luchtafvang in mestkelder en stallucht om vervolgens zowel ammoniak als methaan te filteren / oxideren. Oxideren van methaan uit stallucht is niet makkelijk omdat de concentratie laag is. Hoe dichter je de lucht opvangt bij de bek hoe beter. Het bedrijf Unimag, dat bij Van Boxtel de zeolietfilters heeft geïnstalleerd, is voor hen interessant. Omdat zij beweren een mogelijkheid te hebben gevonden om methaan uit de lucht te filteren.

‘Hoe dichter je de lucht opvangt bij de bek hoe beter’.

Om de vaste mest stapelbaar te maken biedt het mengen van mest met stro oplossingen. Over de menger met stro, die we bij van Boxtel in Uden hadden gezien, kan contact op worden genomen met Anne de Boer, bij de meeste deelnemers wel bekend. Op die manier krijg je met minimaal stroverbruik (1,5 kg/koe/dag) toch een goed stapelbaar eindproduct. De aanwezigen vragen zich af of het verwerken van bokashi, zoals Van der Linden dat doet door te composteren in de open lucht, meerwaarde oplevert. Paul Galama geeft aan dat het luchtdicht afdekken qua emissies zeker voordelen biedt. Het opslaan of composteren van vaste strorijke mest in de open lucht geeft  hoge emissies van met name methaan. Door het af te dekken kan dit gereduceerd worden.

Galama deelt een leaflet uit waarin verschillende stalsystemen, bewerking van feces en urine en toediening van mestfracties zijn geïllustreerd en toegelicht.

  1. Scheidende vloer. Er zijn verschillende typen scheidende vloeren. In het onderzoek op de Dairy campus is onderzoek gedaan naar de tegelvloer, een rubberen vloer met goten en gaten en het koetoilet. Paul Galama gaat kort in op de resultaten. Op de Dairy Campus is eind 2020 een onderzoek gestart met o.a. de doorlaatbare tegelvloer. De emissie viel in het begin erg tegen. Urine komt in de kelder en heeft een hoge pH waardoor veel ammoniak ontstaat. Het aanzuren van de urine reduceert de ammoniakemissie uit de kelder met urine sterk. De ammoniak emissie vanaf de tegelvloer moet verbeterd worden door de doorlaatbaarheid te verbeteren. Een 2e oplossing is het afzuigen van de kelderlucht.
    Ook hiernaar wordt dit jaar op de Dairy Campus onderzoek gedaan. Metingen van Koetoilet zijn afgerond. Dit jaar volgt meetrapport.
  2. Urine als kunstmestvervanger. Tot nu toe lijkt uit het onderzoek dat het Koetoilet de meest zuivere scheiding op te leveren. Een tegelvloer is een tweede goede methode. De scheidingsvloer van beton zoals bij van Boxtel heeft een iets mindere scheiding. Dit is van belang om eventueel de urinefractie in aanmerking te laten komen als kunstmestvervanger (Renure), want dan moet  meer dan 90% van de totale stikstof in de urine uit ammonium stikstof (snel beschikbare N)  bestaan. De rest van de N is organisch gebonden N.
  3. Toevoegmiddelen. Vraag: Is Zeoliet een oplossing? Paul: er zijn vele soorten, belangrijk is meten is weten. Een ander middel Magnesiumchloride wordt nu op DC onderzocht.
  4. Mestscheiding onder roosters is een optie die gehanteerd wordt in de varkens- en vleesveehouderij, maar is iets wat heel veel melkveehouders niet willen. Om die reden is dit type vloer niet meegenomen in het onderzoek.
  5. Een ander beproefd mestscheidingssysteem is Lely Sphere. De ammoniak wordt afgevangen uit de kelder met een filter. Dit systeem levert drie restproducten op; dikke fractie met veel P, dunne fractie met veel K en ammoniumsulfaat/nitraat.

Het aanzuren van mest wordt in Denemarken veel gedaan. Er wordt daar zwavelzuur aan toegevoegd. In Nederland is men hier nog niet heel enthousiast over, omdat zwavelzuur ook een controversieel middel is en er veel zwavel aan de mest wordt toegevoegd. Alleen de urinefractie aanzuren is makkelijker inpasbaar en vergt minder zuur en dus wend je ook minder extra Zwavel op het land aan. .

Tot slot vertelt Paul over Vrijlevenstallen. Dit is een nieuw type stal, dat nog in de kinderschoenen staat. Het is een vrijloopstal met zand, in een stal zonder ligboxen met veel leefruimte voor het vee. De mest wordt gescheiden door een zandpakket. De urine wordt door het zand via drains in de onderlaag op een centraal punt opgepompt in apart opgeslagen. De faeces wordt door een zogenaamde bedding cleaner opgeraapt.

Kwatrijnstal Sprangers – Kaatsheuvel

Sjaak Sprangers werkt nauw samen met Natuurmonumenten.  Zijn open Kwatrijnstal ligt direct tegen het natuurgebied De Loonse en Drunense Duinen aan. Hij heeft zo’n 100 Jersey koeien, waarvan hij er zo’n 70 melkt. Daarnaast fokt hij op het thuisbedrijf zijn eigen jongvee op. Hij heeft nauwelijks een veearts nodig en al bijna 15 jaar geen klauwbekapper op het erf gehad.

‘Ik werk bij voorkeur met gras-kruiden mengsels om de gezondheid van het vee te bevorderen’.

De dikke fractie wordt van de dunne fractie gescheiden door de dichte G2-vloer van Swaans beton met gaten. De dikke fractie wordt tweemaal daags door een mestrobot weggeschoven in een put aan het eind van de stal. Van daaruit wordt het op een transportband naar een overdekte mestbult gebracht. Daar wordt het opgestapeld. De urine loopt onder de vloer in de (ondiepe) gierkelder. Zomers beregent Sprangers de vloer met behulp van waterleidingen, die hij op twee meter hoogte met spanbanden door de stal heeft opgehangen. Hierdoor blijft de vloer beter schoon. Als de vloer te droog wordt schuift de mest niet meer goed af. De mest brengt hij over zijn eigen land. 20 ton vaste mest op de maaipercelen en daarbij 40 m3 gier verdeeld over 3 giften. Op de weidepercelen 10 ton stalmest en verder daar niks.

Zijn koeien grazen zoveel mogelijk buiten (april – november) rondom de stal en ook op de percelen verder weg. Er ligt zo’n 30 hectare natuurland verderop, daar lopen de melkkoeien overdag en het jongvee. Sprangers wil dat zijn koeien zoveel mogelijk weerstand opbouwen en is ervan overtuigd, dat de koeien zelf de kruiden en mineralen uit het land halen, die ze nodig hebben.

Sprangers werkt veel samen met het Louis Bolk instituut en de WUR voor verschillende ontwikkelingen en testen. Hij is daarnaast voorzitter van Stichting Duinboeren, waar 170 boeren uit de omgeving bij zijn aangesloten.

Terug naar Friesland

In de bus terug naar Friesland vraagt Paul Galama alle deelnemers naar de highlights van de dag:

  • Gedreven, gepassioneerde boeren.
  • Regelgeving is altijd lastig.
  • Ik wil wel graag verder met koecomfort.
  • Met name de ondernemersverhalen vond ik erg interessant.
  • Van der Linden was erg interessant qua contacten.
  • De stal van Sprangers staat op een prachtige, unieke plek.
  • Ik vond de tweede boer (Van Boxtel) het meest interessant. Zijn bedrijfsvoering is praktisch om toe te passen.

‘Ik vond het mooi om te zien hoe de drie verschillende ondernemers zich helemaal hebben aangepast aan hun situatie’.

  • Ik vraag me wel af hoe onkruid zich gedraagt in fermentatie? Joost Mulder: we weten van bulten met onkruidzaad en de resultaten tegen het onkruid zijn heel goed. Het is wel van belang dat de omzetting voldoende de kans en tijd krijgt.
  • Ik vond het een heel interessante dag. Eerste boer: doen wat je leuk vindt en daarmee genoeg verdienen, dat is het ideaal. Boer 2: keurig bedrijf, prima systeem, goed uitvoerbaar. 3e boer: inspirerend, natte mest.
  • Heel inspirerend. Drie heel verschillende systemen. Paul: zit er een systeem bij wat jullie aanspreekt? Het strooisel bij boer 1 zag er prachtig uit. De aanpak van de tweede boer lijkt op ons idee. 3e boer: openlucht mest is ook inspirerend, wel kwetsbaar.
  • Ik sluit me aan bij de rest. Interessant, ieder ook eigen oplossingen.
  • Volgens mij worstelen alle drie de boeren met het stapelbaar maken van mest.

‘Alle drie de  boeren hebben hun omgevingsfactoren naar hun hand kunnen zetten’.

  • Eerste bedrijf: mooi om te zien hoe de boeren ‘natuur’ tot bestaansrecht brengen. Zelf heb ik het meest met bedrijf 2. Het afdekken van de bokashibult is ingewikkeld; het moet wel praktisch blijven. Ik zit net voor de bouw van een nieuwe stal en heb veel inspiratie opgedaan. Zeoliet is ook erg interessant en inspiratievol.
  • Interessante dag gehad. Drie totaal verschillende bedrijven. Het stapelbaar maken van mest is wat ik meeneem naar het bedrijf. Mengen is voor mij het mooiste systeem.
  • Informatieve, bijzondere dag met boeren die het goed kunnen vertalen.

‘Grond voeden met dikke fractie en gewas voeden met dunne fractie’.

  • Ik wil zoveel mogelijk met eigen producten zowel het gewas als de grond voeden.
  • Voor mij is het belang van de primaire mestscheiding het meest interessant. Het hoogste rendement uit eigen stront. Bij Van Boxtel: ik zou proberen om zeoliet in de boxen te gooien en mee laten gaan in de mest in plaats van het door de filters te laten gaan. Methaan blijft een punt. Paul Galama: waar haal je het geloof vandaan dat zeoliet zorgt voor emissiereductie? Als je het door een filter haalt, lijkt het te werken. Als je het in de mest toevoegt, zou dat wellicht ook kunnen werken. Aanpassen aan de omstandigheden, is natuurlijk altijd mooi als dat ook rendement oplevert.
  • Het was een inspirerende dag. Drie totaal verschillende ondernemers en bedrijven. Het 1e en 3e bedrijf zijn voorbeelden van bedrijven, waarbij de omgeving betekenis geeft aan het bedrijf. Realiteit: bedrijven 1 en 3 zijn voor Friesland wat minder toepasbaar; het bedrijf van Van Boxtel is dan een meer representatief voorbeeld. De wil om te verbeteren is opvallend.
  • Drie 3 boeiende bedrijven en het verhaal van Paul Galama maken een mooie dag. Wat moet het dan moeilijk zijn voor boeren om een stal te bouwen. Mestverwerking was het meest opvallende thema. Bij bedrijf 1 lag het buiten. 2e onder plastic met wanden die lijken te gaan lekken. 3e had het binnen liggen. Ik weet de beste oplossing niet, wel veel succes aan de boeren die gaan bouwen.
  • In onze te bouwen stal krijgen wij ook nog uitgeperste faeces als restproduct. Darmvocht wordt in gasdichte silo opgevangen. Dit zorgt ook voor nieuwe uitdagingen.
  • Inspirerende dag, boeiende ondernemers.

‘Bijzonder hoe zij hun stal inpassen in het gebied’.

  • Van Boxtel is interessant om te vertalen naar een eigen situatie. Veel bevestigingen ook.
  • Mooie dag gehad met zijn allen. Drie heel verschillende bedrijven. 1e bedrijf: kringloop die ook weer naar akkerbouw teruggaat. 2e: kunstmestvervanger, erg interessant. 3e bedrijf: interessante kwatrijnstal.

Paul Galama bedankt iedereen voor diens input en terugkoppeling. Na een voorspoedige terugreis met weinig files zijn we rond 20.00 uur weer terug in Leeuwarden.

Brûsplakbijeenkomst Natuurinclusieve (ver)pacht

‘Grond speelt een sleutelrol in de transitie naar natuurinclusieve landbouw’.

Gelukkig zien we steeds meer partijen die welwillend staan ten opzichte van natuurinclusieve landbouw (NIL). Kun je dit ook vertalen in pachtvoorwaarden? Welke verschillende mogelijkheden zijn er om meer natuurinclusieve voorwaarden toe te passen die zowel voor de pachter als verpachter goed werkbaar en renderend zijn?

Deze vragen worden tijdens deze bijeenkomst belicht vanuit verschillende perspectieven.

We laten een breed scala aan mogelijkheden zien en de deelnemers aan de ronde tafel vertellen over hun ervaringen wat goed gaat en waar je op moet letten bij NIL-voorwaarden in pachtcontracten. Zo gaan we met elkaar de dialoog aan om elkaar te informeren en inspireren. Alleen met elkaar kunnen we een stap voorwaarts maken!

Wie komen allemaal aan bod?

Verpachters, denk aan: kerken, stichtingen, natuurorganisaties, overheden, marktpartijen, en nieuwe innovatieve grondinitiatieven, een aantal pachters en de WUR.

Interactieve sessie inclusief publiek in het kerkje te Friens (digitaal en fysiek)

Dit wordt een brûzjende, interactieve avond waarbij er voldoende tijd is voor het stellen van vragen en het voeren van een inhoudelijke dialoog. In het 2e deel van de avond gaan een aantal experts (vanuit verschillende perspectieven) een ronde tafel gesprek met elkaar aan onder begeleiding van een ervaren gespreksleider.

Artikel in Friesch Dagblad

Artikel Friesch Dagblad (FD)

Het FD besteedde vorige week al aandacht aan dit onderwerp en de redacteur heeft onze collega Carla Boonstra een aantal van onze sprekers hiervoor geïnterviewd. Lees het hele artikel hier

Uitnodiging

Lees alles over deze avond boordevol inspiratie in de uitgebreide uitnodiging en geef je op:

Klik hier voor informatie over het kerkje in Friens.

Video’s ter promotie van de Landbouw Adviespool

‘Wat is de Landbouw Adviespool (LAP) precies’? ‘Wat kan ik daar verwachten’? ‘Is het gratis’? ‘Op welke manier kan ik verder geholpen worden door contact te leggen met de LAP’?

Bekendheid LAP

We merken dat er nog steeds wel onduidelijkheid heerst rondom de LAP en onbekend maakt onbemind, vandaar dat we met een filmer op pad zijn gegaan en met beeld en geluid meer duidelijkheid proberen te creëren. De LAP is best wel een uniek initiatief in agrarisch Nederland. Het biedt kansen voor agrariërs om gefundeerde stappen te zetten richting natuurinclusieve landbouw doordat een expert met je meedenkt en adviseert.

Tot € 1500,- is het advies gratis, inmiddels zijn er al tal van boeren aan adviseurs gekoppeld en cases uitgewerkt. We hopen dat de video’s wat meer duidelijkheid bieden. We hebben vier video’s opgenomen, vanaf nu brengen we de komende drie weken elk week een nieuwe casus in beeld voor inspiratie via social media.

We trappen nu af met de algemene video die algemene uitleg geeft over de Landbouw Adviespool.

Heb je vragen? Klik dan hier om contact op te nemen met Martine.

Nieuwsgierig naar de video’s die verschillende cases in beeld brengen? Je kunt ze hieronder al bekijken of via ons YouTube kanaal.

Casus Bodemvruchtbaarheid van Piet Jan Thibaudier uit Lemmer:

Casus Nieuwe stal voor vaste mest van Broer Voolstra uit Nes (Akkrum):

 Casus Kruidenrijk grasland van verpachter Okkinga en pachter Flapper uit Wartena:

Nieuwe openstelling Sabe-regeling op 4 april

Voor boeren en tuinders:

Let op, op 4 april a.s. start er weer een openstelling van de Sabe-regeling. Je kunt je voucher dan verzilveren bij BAS-erkende adviseurs.

 
Deze vouchers gaan meestal ‘als zoete broodjes over de toonbank’, wees er dus snel bij.
 
De Sabe regeling gaat open voor de volgende vouchers:
Adviesvouchers, voor innovatief advies over duurzame landbouw voor agrariërs (4.200 stuks) 
Bedrijfsplanvouchers, voor omschakeling naar duurzame landbouw (311) 

Opleidingsvouchers, voor bedrijfscoach in duurzame landbouw (78).

 

N.B.: Via de Friese Landbouw Adviespool kun je advies krijgen van niet-BAS geregistreerde adviseurs.

 

De advies- en bedrijfsplanvouchers zijn, voor zover de voorraad strekt, beschikbaar tot 15 mei 2022. De Sabe-regeling is voor de opleidingsvouchers geopend tot 1 oktober 2022.

Voor de opleidingsvouchers zijn er twee nieuwe opleidingen tot bedrijfscoach. Naast de inmiddels bekende Bedrijfscoach Stikstof opleiding (werkende op aandachtsgebied A1), zijn er nu ook op Precisielandbouw (A6) en Natuur-inclusief ondernemen in de landbouw (A5) opleidingen bij de groene kennisinstellingen.

Verslag Brûsplaksessie Rûge Dong

Op dinsdag 8 maart vond online de Brûsplaksessie Rûge Dong plaats. Er waren ruim 25 aanwezigen. Aan het woord kwamen:

  • Tim Visser
    Wetenschappelijke onderbouwing gebruik van ruige mest en alternatieven.
    Klik hier voor de presentatie van Tim.
  • Henk Oud uit Aldstjerk
    Praktische uitvoering en wet- en regelgeving
    Klik hier voor de samenvatting van Henk.
  • Vader Jelte en dochter, Wieke Marije Bakker uit Ginnum.
    Praktische uitvoering, de do’s en de don’ts
    Klik hier voor de video essay van Wieke Marije.

U kunt de hele sessie terugkijken via Youtube

De resultaten over 2021 van de familie Bakker zijn als volgt:

Aantal broedpaar/jaren 2021
Bergeend 4
Fazant 1
Grutto 70
Kievit 24
Krakeend 2
Kuifeend 2
Scholekster 32
Slobeend 4
Tureluur 34
Wilde eend 60

Verslag Brûsplak Bokashi en Compostering

Donderdag 3 maart waren wij bij familie Jansma in Deinum voor een Brûsplaksessie rondom het thema Bokashi en Compostering. In totaal waren er zo’n 65 aanwezigen, onder wie melkveehouders, gemeente-ambtenaren, medewerkers van Staatsbosbeheer en It Fryske Gea en nog vele andere geïnteresseerden.

Het weer werkte enorm mee, maar ’s ochtends om 9.30 uur is het in maart in een kapschuur nog flink fris! Gelukkig waren de aanwezigen hierop voorbereid, was de koffie warm en na de tijd stond soep klaar.

De meeste vragen die tijdens de bijeenkomst gesteld werden gingen over:
Hoe om te gaan met:

  • onkruid
  • afval in het maaisel en
  • wet- en regelgeving.

Doordat sprekers vanuit de verschillende perspectieven aanwezig waren, konden eigenlijk alle vragen worden worden beantwoord.

Demo en pilot

We startten met een theoretisch gedeelte, hieropvolgend vond een demo met Bokashi plaats. Boer Jansma is twee jaar geleden gestart met het maken en de toepassing van Bokashi en doet mee met een pilot van de gemeente Leeuwarden. Wetenschappelijke resultaten zijn nog niet bekend, wel ziet de boer al meer bodemleven ontstaan. Dat is erg gunstig voor de biodiversiteit.

Presentaties van de sprekers

Het fysieke samenzijn stimuleerde boeren en ambtenaren om met elkaar in contact te treden en vervolgafspraken te maken. Zo hebben zich meerdere groepen boeren gemeld om met dit onderwerp aan de slag te willen gaan.

Presentatie LAP aan Verenging voor Bedrijfsvoorlichting Stiens

Afgelopen woensdagavond waren Landbouw Adviespoolcoördinator Martine Hijlkema en Anne Jansma, adviseur natuurinclusieve landbouw bij Living Lab Fryslân te gast bij de VVB in Stiens. Aan een groep van zo’n 25 agrariërs is uitleg gegeven over beide organisaties en waarvoor men zoal bij LAP en/of LLF kan aankloppen.

Martine

Martine heeft verteld over een aantal praktijkcasussen, zodat de aanwezigen meer een beeld hebben bij de vragen die ze zoal kunnen stellen om natuurinclusieve landbouw (NIL) meer op hun eigen bedrijf te introduceren.

Anne

Anne heeft verteld wat wij verstaan onder NIL, hoe zou je hier met kleine stapjes op je eigen bedrijf mee kunnen beginnen of verder kunnen doorvoeren?

De meeste vragen gingen over:

  • Hoe zijn de adviseurs gescreend?
  • Hoe werkt het als ik bel met een vraag, wat is de routing?
  • Schets eens een praktijkvoorbeeld van A – Z.
  • Wat is het budget per agrariër?
  • Wie bepaalt of de vraag in behandeling wordt genomen?
  • Waar moet de vraag aan voldoen?

Van de Weidevogelman: Voorjaarsknoppen! (om aan te draaien)

Nog even en de eerste kieviten slaken hun kreten boven de weilanden, op zoek naar een plek om te broeden. De winter bleef uit en ze gingen dus niet ver naar het zuiden. Het zachte weer brengt de natuur vroeg in een voorjaarsstemming.

Aan welke knoppen kun je in het vroege voorjaar allemaal draaien om de weidevogels een handje te helpen? Water vasthouden op je plas-dras percelen en greppels ligt als eerste voor de hand. Combineer je plas-dras zo mogelijk nog met een hoogwater-sloot. Daarmee laat je de greppels makkelijk vollopen en voor de vogels is die natte oever, met slikkige randen, van grote meerwaarde.

Dat water een levensbehoefte is voor vogels en kuikens werd in de natte april en mei van vorig jaar ook wel duidelijk. Hoewel ik erbij moet zeggen dat de lage temperatuur ook een factor was, want die temperde de grasgroei. In ‘gewone’ voorjaren drogen de weilanden in april en mei op en groeit het gras hard, zodat het snel gesloten en hoog is. Voedsel is dan moeilijker bereikbaar. En juist dan zijn die plasdrassen en hoogwatersloten van vitaal belang om de vogels te voeden.

Over voeden gesproken, vaste mest is een wormenlokker. Benut dat dus zoveel mogelijk op percelen waar de meeste weidevogels zitten en strooi het zo laat mogelijk uit: hoe later in het voorjaar, hoe hongeriger de wormen, hoe meer effect.

Vaste mest is een wormenlokker. Hoe later je strooit, hoe meer effect’

En laat drijfmest (in het voorjaar) achterwege op de weilanden waar je een uitgestelde maaidatum hebt. Dat zorgt voor een wat opener gewas, waardoor de kuikens daar in mei en juni beter uit de voeten kunnen. Voor jezelf is het ook beter, want de maaisnede is lichter en heeft een betere voederwaarde, blijkt uit onderzoek. Over het hele seizoen gerekend scheelt het amper opbrengst (Bemesten ‘uitgestelde maaidatum land’). Je kunt trouwens ook nu al iets doen aan de grashoogte: laat het in februari of maart nog even kort afgrazen met een koppel schapen.

En als je straks plannen maakt voor je weidegang: is het misschien mogelijk om dat in april en mei juist te doen naast je percelen met late maaidatum? Weidevogels blijken die rafelige weilanden met mestflatten hoog te waarderen. Met hun geloop zorgen koeien ervoor dat de wormen naar de oppervlakte komen en die mestflatten trekken naast wormen ook loopkevers, muggen en vliegen aan.

Met gevleugelde groet,

 

 

 

Tips:

  • Randenbeheer is simpel, kansrijk en goedkoop. Begin er in het voorjaar mee: blijf met mest en kunstmest drie meter van de sloot af en laat dat in het voorjaar staan. Maai het met de latere snedes mee.
  • Laat de waterstanden in je plas-dras een beetje variëren om zo slikranden te creëren.

Houdt afstand van de plas-dras greppel bij bemesten! Zit je daar te kort op en valt er later regen, dan spoelt de mest weg in het water.