Give a shit

Het grootste gat in de agrarische kringloop is HET GAT VAN DE BURGER. 
 

 

Vorige week zaterdag bestond de mogelijkheid voor burgers in Nederland om bij tal van b
oeren hu
n poep in te leveren. De campagne heet ‘Give a shit’. Hier was gelukkig veel media-aandacht voor.
 
Afgelopen jaren hebben we meerdere keren met tal van andere partijen aandacht aan dit thema besteed. Het is immers doodzonde dat we de menselijke nutriënten massaal door de toilet wegspoelen en daarnaast massaal nutriënt als fosfaat, stikstof, kali importeren uit o.a. Marokko en Rusland. Deze input is eindig, naar verwachting al in 2030. Daarnaast zijn voor het maken van kunstmest veel fossiele brandstoffen nodig…

©Foto: Hoge Noorden / Jacob Van Essen
30-03-2022
Bestuurders in de rij voor composttoilet. Promo-actie van Friese Milieu Federatie en anderen voor het gebruik van mensenpoep als meststof.
Friese bestuurders sluiten gat in de kringloop
ÔGive a shit!Õ
De Friese bestuurders zijn het roerend met elkaar eens. Het is de hoogste tijd om het gat in de kringloop te sluiten. Daarom voegen dijkgraaf Luzette Kroon, Wetsus-directeur Cees Buisman, Friese Milieu Federatie directeur Hans van der Werf, directeur Circulair Friesland Evert Jan van Nijen, wethouder Sœdwest Frysl‰n Bauke Dam, statenlid Jochum Knol, statenlid Maaike Prins, Jacob Porsius van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond, Arjan de With van de Vereniging tot Behoud van Boer & Milieu en Foppe Nijboer van Grondig daad bij woord. Op het erf van melkveehouder Albrecht Finnema in Warstiens.
Op woensdagmiddag 30 maart om 16.45 uur staan zij in de rij voor het composttoilet. Zo geven zij een belangrijke stimulans aan de stap naar Kringlooplandbouw en naar een Circulaire Economie. Practor Kringlooplandbouw Ruud Hendriks geeft een korte introductie.
Het blijft niet bij dit bijzondere moment. Aansluitende vervolgactiviteiten zijn al in voorbereiding.

 

Inmiddels zijn we een stap(je, we zijn er nog lang niet…) verder in het proces dat het mogelijk wordt dat menselijke nutriënten weer mogen worden gebruikt voor in de landbouw.
 
Er is nl. een motie ingediend door enkele mensen uit de politiek voor het recyclen van nutriënten uit menselijke mest. Het staat dus nu ook op de politieke agenda.
 
Wordt vervolgd, meer info: https://www.broodjepoep.com/give-a-shit

Verslag studiegroepbijeenkomst Natuurinclusief

We zijn weer los. De eerste bijeenkomst seizoen 2022 van de studiegroep natuurinclusief van Living Lab Fryslan is een feit. Wat is het mooi te starten op een zonnige dag met een excursie naar Peter Oosterhof. Peter is melkveehouder in het Drentse Foxwolde waar hij samen met zijn vriendin een melkveebedrijf runt. Buiten in de zon met een bakje koffie start Peter zijn verhaal over zijn bedrijf en het omschakeling naar biologisch een aantal jaren terug. Kernpunten van zijn bedrijf zijn veel weidegang, kruidenrijk grasland en samenwerken met de natuurlijke processen.

Voor je het weet is de middag voorbij dus snel door met de rondleiding waar we starten bij de kalveren. De kalveren krijgen koemelk, luzerne en brok en staan op stro. Het oudere jongvee staat in de ligboxenstal en krijgen natuurgras met brok. Op alleen natuurgras doen ze het niet goed genoeg. Later worden ze geweid.

Peter heeft een mooie huiskavel met verschillende grondsoorten bestaand uit zand, veen en klei. Over het algemeen waren de percelen in het verleden aan de natte kant. Sinds de introductie van kruidenrijk grasland is de bodemstructuur en waterhuishouding aanzienlijk verbeterd.

De koeien krijgen 4 keer daags een nieuwe strip zonder achterdraad. Mooi is te zien hoe gretig de koeien in de nieuwe strip, niet selectief  gras en kruidenweide afvreten. Met lage input geweid gras snel omzetten in melk en melkgeld is het motto.

Met het mooie Drentse landschap als decor hadden we deze middag  genoeg gespreksvoer. Onderwerpen als hoe het gebied is ontstaan, het stikstofprobleem, hoe je natuur zou moeten beheren en de columns van Peter in de Volkskrant natuurlijk.

Als afsluiting hebben we nog een aantal bijzondere machines bij Peter in de schuur mogen bekijken. Achter elke machine zit een verhaal over voor en nadelen. Zoals de mestverspreider achter de tank die een grotere worplengte en fijnere druppel geeft en de maaibalk die met weinig PK’s vlot de graskruiden hoger afmaait. En de zelf gemaakte wildredder.

Al met al een super geslaagde excursie en zeker de moeite waard om het bedrijf van Peter te bezoeken.

Presentatie aan afd. Agri van Rabobank

Vanochtend waren we uitgenodigd door de Rabobank om te vertellen over Living Lab en de Landbouw Adviespool. Collega Carla Boonstra en LAP-coördinator Martine Hijlkema deden het verhaal.

Een dynamische bijeenkomst, waar we energie van kregen. Door goede vragen, veel interesse, mooie dialogen en het opdoen van nieuwe inzichten.

Al het informatiemateriaal is meegenomen. Als de medewerkers vragen in het veld tegenkomen over natuurinclusieve landbouw, kan men de poster ‘Rûchte is it nije moai’ uitdelen of de boeren verwijzen naar Living Lab en bij specifieke vragen over de toepassing hiervan voor hun eigen bedrijf verwijst men de boer door naar de Landbouw Adviespool.

Interesse in ons verhaal?

Mocht het voor uw organisatie ook interessant zijn dat wij meer vertellen over de LAP en/of LLF? Stuur dan een email naar info@lap.frl of info@livinglabfryslan.frl

#storytelling #samenwerking #lerenvanelkaar

P.S. De poster is als PDF te downloaden op de LLF-site: http://ow.ly/KGL450Jc0Q8 Ook kun je daar als boer een online test doen om te checken hoe natuurinclusief je al bezig bent.

Veldbijeenkomst op 1 juni in Eagum: Wat is natuurinclusieve landbouw?

Van de totale oppervlakte aan landbouwgrond wordt in Fryslân maar liefst 40% verpacht! Om meters te maken richting natuurinclusieve landbouw rijst de vraag: Kun je natuurinclusieve landbouw vertalen in pachtvoorwaarden?

Om hier handen en voeten aan te geven, willen we eerst, in de praktijk, uitleggen en vooral ook laten zien wat natuurinclusieve landbouw is.

I.s.m. provinsje Fryslân.

‘Ieder bedrijf is uniek en vraagt om een unieke aanpak’.

Dat zegt onze collega en programmaleider Gerrie Visser in een interview met Transitie Coalitie Voedsel.

Klik voor het hele artikel hier.

LLF en LAP in Noordz

Wie zijn de mensen áchter LLF en LAP? Donderdag 21 april stond het team van Living Lab Fryslân/Landbouw Adviespool in bijlage Noordz van de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad.

Het hele artikel lees je hier

Agrarisch collectief centraal: Waadrâne

Boeren met hart voor de natuur

 

Waadrâne is een Agrarisch Collectief met ruim 150 leden (voornamelijk veehouders en akkerbouwers) in de noordelijke kuststrook tegen de Waddenzee dat meewerkt aan de bescherming van boerenlandvogels. Wij zetten ons in voor het behoud van natuur, landschap en biodiversiteit. Ons belangrijkste doel? Noard-Fryslân nog mooier maken door de flora en fauna in stand te houden.

 

 

Met ingang van 1 januari 2016 is Agrarisch Collectief Waadrâne verantwoordelijk voor het inpassen van ANLb (Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer) in haar werkgebied. Beheer wordt toegepast in de leefgebieden:

  1. Open grasland (weidevogelbeheer)
  2. Open akkerland (akkervogelbeheer)
  3. Natte dooradering (inpassen akkerranden in leefgebied open akkerland)
  4. Categorie water (inpassen akkerranden en kruidenrijke graslandranden)

Met ANLb geven boeren en overige agrarische grondgebruikers vorm aan de natuurlijke leefomgeving in de regio. Om het agrarisch natuurbeheer succesvol te maken is er veel inzet nodig van boeren, maar ook van nazorgers van de vogelwachten, de WBE´s en vele andere vrijwilligers in het veld.

Op afbeelding hierboven staat het werkgebied van Agrarisch Collectief Waadrâne, met daarin de weidevogelmozaïeken (groen) en de akkerbouw-clusters (oranje).

Leefgebied open akkerland (akkervogels)

Het leefgebied open akkerland in Noord-Friesland is een open landschap. Het gebied is wat betreft broedvogels overwegend van belang voor akkervogels. Dat zijn onder meer de kievit, scholekster, grutto, veldleeuwerik, graspieper, grauwe kiekendief, gele gors, grauwe gors en gele kwikstaart en een heel enkele keer een patrijs of een kwartel. Voor deze broedvogels is de afwisseling tussen extensief beheerde graslanden, dijken en akkerland gunstig voor de vestiging.

De vogelakker is een belangrijk beheerpakket in het leefgebied open akkerland. De vogelakker is een afwisseling van een eiwitgewas (luzerne of klaver) met daarin stroken met diverse soorten granen en akkerbloemen zoals klaproos, korenbloemen en zonnebloemen. Door de afwisseling van diverse vegetatie en aangepast beheer, wat betreft bemesting, maaien en gewasbescherming, ontstaan er mogelijkheden voor diverse akkervogels om te broeden en om hun jongen groot te brengen.

Foto: Kruidenrijke akkerrand

Na zes jaar beheer blijkt dat de vogelakker niet alleen positief werkt voor vogels (veel graspiepers, gele kwikstaarten en kleine zangvogels), maar ook voor vlinders, bijen, sprinkhanen, insecten, kevers, muizen, kikkers en veel ander bodemleven. Afgelopen vier zomers is door een ecoloog onderzoek gedaan naar het voorkomen van insecten en vlinders. De eerste resultaten lijken zeer positief.

We kunnen al wel zeggen dat in alle vijf de akkerbouwcluster de veldleeuwerik terug is als broedvogel.
In 2021 zijn in het beheer nog een aantal bijzondere waarnemingen gedaan, nl:

  • Kwartelkoning (Crex-crex):
    Waargenomen tijdens monitoring door Jelle Postma van SOVON op een vogelakker
  • Grauwe kiekendief (Circus pygargus):
    Waargenomen naast een kruidenrijke akkerrand. Nest met twee eieren, de jongen zijn uitgevlogen. Monitoring en bescherming van nest en jongen is gedaan door Werkgroep Grauwe Kiekendief.

Kaart: met waarneming kwartelkoning

Foto: jong grauwe kiekendief nabij Marrum

Doordat er in de winter op de vogelakker stroken gewas blijven staan hebben veel doortrekkende vogels de mogelijkheid om te foerageren, daarnaast vinden diverse andere dieren zoals hazen en reeën er beschutting. Uit de wintermonitoring, uitgevoerd door vrijwillige vogeltellers, blijkt dat de volgende vogelsoorten veelvuldig ’s winters gebruik maken van de vogelakker: frater, kneu, keep, groenling, koperwiek, putters, veel roofvogels en nog minstens 40 andere vogelsoorten.

Leefgebied open grasland (weidevogels)
Leefgebied open grasland in het werkgebied van Agrarisch Collectief Waadrâne is een strook klei en klei op veengebied. Het gebied kan beschreven worden als een grootschalig, open agrarisch gebied, met voornamelijk veeteelt (lees melkveehouderij), dat doorsneden wordt door een uitgebreid stelsel aan vaarten en watergangen. Dit gebied is van grote waarde voor weidevogels. Het is een van oorsprong zeer open landschap, welke openheid over het algemeen redelijk goed bewaard is gebleven. De beplantingselementen die de openheid beperken zijn vooral te vinden rondom boerderijen en andere bebouwing, in de aangelegde ruilverkavelingsbosjes rondom dorpen en op overhoekjes langs wegen.

De ruim 110 agrarische leden werken mee aan de bescherming van de weidevogels. Hierbij wordt de grutto gezien als gidssoort maar worden ook de kievit, scholekster, tureluur, gele kwikstaart en graspieper niet uit het oog verloren. De leden doen niet alleen aan nestbescherming en uitstel van maaien zodat jonge kuikens kunnen schuilen in lang gras, maar ze proberen er ook voor te zorgen dat het grondwaterpeil, de vegetatiesamenstelling en de voedselbeschikbaarheid op orde zijn.

Foto: Grutto in plas-dras

In het werkgebied van Agrarisch Collectief Waadrâne zijn in 2020 en 2021 een heel aantal plas-drassen aangelegd en in 2022 komen er nog een paar bij. In totaal liggen er nu in het werkgebied meer dan 60 plas-drassen, die in grootte variëren van enkele tientallen m2 tot ongeveer een hectare. Deze plas-drassen hebben een zeer positieve invloed op de vestiging van weidevogels. Hiermee zijn in afgelopen jaren al mooie resultaten geboekt. Zo zijn er broedende kluten en zelfs een broedende kleine plevier gezien bij een plas-dras. Bij een van de plas-drassen zijn zelfs kemphanen gezien. De aanwezige kruidenrijke percelen en randen trekken veel insecten en vervolgens ook weer vogels. Vanuit het ANLb wordt gestimuleerd om in het voorjaar ruige mest uit te rijden op de kruidenrijke percelen en de percelen met uitgestelde maaidatum.

Beheerjaar 2021 is voor de weidevogels in het werkgebied van Agrarisch Collectief Waadrâne zeer succesvol geweest. Opvallend dit jaar is dat het Bruto Territoriaal Succes (BTS) van de grutto hoger lag dan voorgaande jaren, dit jaar nl. gemiddeld 76%. Het natte voorjaar en de natte zomer hebben zeer positief gewerkt voor de weidevogels. In de natte bodem is het voedsel makkelijker bereikbaar en kunnen de vogels ook makkelijker hun snavel in de grond krijgen. Door de natte omstandigheden is er door de boeren ook veel later in het seizoen gemaaid. Veel nesten waren al uit en er liepen al vrij grote jongen rond.

Meer informatie over wat wij doen kunt u lezen op www.waadrane.frl of volg ons op Facebook, Instagram of Twitter.

Ruimte voor studiegroepen

LLF heeft een aantal subsidies toegekend gekregen, waaronder een POP-subsidie. Hierdoor hebben we ruimte om de komende 2,5 jaar aan de slag te gaan met diverse studiegroepen, gericht op natuurinclusieve landbouw.

Het kan dan gaan om studiegroepen die drie seizoenen lang blijven draaien of jaarlijks wisselende studiegroepen.  Ook is er ruimte om als een soort maatjesproject in duo’s kennis op te doen van NIL. De eerste individuele belangstellenden en groepen hebben zich intussen gemeld.

Daarnaast hebben we in samenwerking met ANMV De Gagelvenne al een studiegroepsessie gehad met betrekking tot samenwerking akkerbouw – melkveehouderij.

Het thema NIL is natuurlijk heel breed, vandaar dat we ook vrij breed kunnen kijken naar de thema’s waarover we de studiegroepen willen inrichten. Hou onze kanalen hiervoor ook in de gaten. Maar heb je belangstelling,  meld je vooral alvast aan.

In de uitvoering proberen we zo veel als mogelijk aan te sluiten bij het beschikbare netwerk wat we intussen ook binnen de Landbouwadvies Pool hebben opgebouwd.

Deze activiteiten worden mede mogelijk gemaakt door:

         

In de bus naar drie natuurinclusieve stallen – wat hebben we opgestoken?

Woensdag 30 maart 2022

Route: Leeuwarden – Heerenveen – Tienhoven – Uden – Kaatsheuvel

Om 7 uur vertrokken we van de Dairy Campus in Leeuwarden richting Heerenveen. Het weer is goed en de bus is met 20 passagiers gezellig vol. Na in Heerenveen en Lelystad nog een aantal passagiers te hebben opgepikt, komen we rond 9.30 uur in Tienhoven aan. De heer Paul Galama van de WUR is samen met college Abele Kuipers in Lelystad opgestapt om ons te voorzien van kennis en meer achtergrondinformatie over de verschillende vloertypen in relatie tot het onderzoek naar emissies wat door de WUR op o.a. de Dairy Campus wordt gedaan.

Van der Linden – Tienhoven

Het biologische melkveebedrijf van Willem van der Linden ligt in een natuurrijke polder bij Tienhoven. Hij heeft zijn bedrijf volledig afgestemd op het gebruik van natuurterreinen in de omgeving, waarvan hij een gedeelte in eigen beheer heeft. De melkrobots melken er zo’n 200 koeien. Het vee rust in diepstrooiselboxen, die gevuld zijn met hooi van het natuurland. De koeien willen dit hooi niet vreten, maar op deze manier krijgt het hooi toch een functie. Zijn vee voert hij naast hooi en kuil restproducten van o.a. de biologische sapproducent Schulp, die vlakbij zit. Ook krijgt hij pompoenen en andere doorgedraaide groentesoorten aangeleverd vanuit de polder. Zijn veestapel is een mengeling van Blonde d’aquitaines, Jerseys en Holstein-Frisians.

‘Het ideaalbeeld is natuurland met volop weidevogels, vlinders, insecten en breedruggige koeien’.

De vloer had geen naam of type, een dichte vloer met aan het einde een rooster met afstort waar de urine in een kelder komt, de mest wordt hier overheen geschoven en komt dan achter de stal op de betonplaat.

Bij de bouw was de wens om simpel te bouwen en zoals Willem vertelde, ‘wat je niet uitgeeft hoe je niet terug te verdienen’.

De stalvloer bestaat uit een dichte vloer met aan het einde een rooster met afstort, waar de urine in een kelder komt. De dikke fractie (vaste mest) wordt uit de stal geschoven en achter de ligboxenstal gebracht. Daar wordt de vaste mest op zgn. rillen gezet en omgezet naar compost. De aanvoer van natuurmaaisel komt o.a. van het gepachte land, Natuurmonumenten, gemeenten en Staatsbosbeheer. Hiervoor heeft hij ook een weegbrug op het erf zodat in- en uitgaande stromen gewogen kunnen worden. Om de temperatuur en de vochtigheid in de composthopen optimaal te houden, sproeit Van der Linden af en toe gier over de compostrillen. De compost zou een temperatuur van rond de 60 graden Celsius moeten bereiken om de vertering van de compost optimaal te krijgen en de onkruidkiemen te vernietigen. De dunne fractie (meest urine) wordt aan het einde van de stal in een aparte put opgevangen en overgepompt naar een mestsilo.

De ruige mest en de compost wordt voor een deel in het voorjaar over het natuurland uitgereden. Vanuit zijn ervaring ziet Van der Linden zijn land verbeteren. Een ander deel van de vaste mest/compost wordt afgezet naar akkerbouwers in de Flevopolder (circa 2.000 ton op jaarbasis). Op deze manier weet Van der Linden natuurmaaisel tot waarde te brengen.  De dunne fractie/urine rijdt Willem in het voorjaar uit in een gift van 35m3 per ha, gevolgd door nog een gift van 15m3 na de eerste snede. Dit lijkt een hoge gift, maar de kanttekening hierbij is dat de dunne fractie deels verdund is met regenwater.

Van Boxtel – Uden

Het melkveebedrijf van Frank van Boxtel ligt in het Brabantse Uden. Hij melkt zo’n 100 roodbonte melkkoeien in een traditionele melkstal. In 2014 heeft hij een W5-vloer over de roosters geplaatst, waardoor hij in staat was om de mest primair te gaan scheiden. De dunne fractie vangt hij op in de oude gierkelders. De dikke fractie wordt van uit de opvangbak driemaal daags afgevoerd uit de stal. Het wordt buiten de stal automatisch gemengd met hakselstro, schelpenkalk, kleimineralen en fermentatievloeistof, waarna het door een buizensysteem naar het midden van de sleufsilo wordt gepompt. De sleufsilo is hermetisch afgesloten met plastic. In de sleufsilo wordt de dikke fractie gefermenteerd tot bokashi. Hier is van Boxtel recent pas mee begonnen en dit zit in de experimentele fase. Met name het goed luchtdicht afsluiten van de sleufsilo is een lastig vraagstuk.

‘In de sleufsilo wordt de dikke fractie gefermenteerd tot bokashi.’

Van Boxtel streeft ernaar om de dunne fractie te kunnen gaan gebruiken als kunstmestvervanger. Hiervoor moet volgens de huidige eisen 90% van de N uit de urine bestaan uit minerale (anorganische) stikstof. Uit de metingen blijkt dat dit met de W5 vloer nog lastig te realiseren is omdat er kleine hoeveelheden mest mee de put in gaan. Uit eerste metingen met de tegelvloer werd de 90% wel gehaald. De kwaliteit van de scheiding speelt hierbij een zeer belangrijke rol. Hoe zuiverder je de mest kan scheiden hoe hoger het percentage minerale stikstof.

Op het moment van het bedrijfsbezoek was er net een nieuw systeem (Indumax) aangelegd, waarbij door middel van filters met het mineraal zeoliet en een koolstofcomponent ammoniak uit de lucht van de mestput met de urine wordt gehaald. Ook wordt er zeolietpoeder toegevoegd in de gleuf van de W5 vloer. Doel hiervan is om een hogere ammoniakreductie te realiseren. Een aantal deelnemers vindt dit een interessante ontwikkeling omdat hierdoor de urine mogelijk niet hoeft te worden aangezuurd met zwavelzuur of salpeterzuur om de ammoniak uitstoot te reduceren. Uit proeven van de WUR op de Dairy Campus blijkt namelijk dat na primaire scheiding nog een nabewerking van de urine nodig is, omdat door de hoge pH van de urine ammoniak alsnog vrijkomt. Met name in de biologische melkveehouderij is het aanzuren een issue. Uit de eerste metingen met de methode die nu ook toegepast wordt bij van Boxtel blijkt verrassenderwijs dat met deze methode het methaangehalte gereduceerd kan worden, al zijn er nog vragen over hoe dit proces precies in zijn werk gaat. Aangezien tot nu toe werd aangenomen dat methaan niet uit de lucht gefilterd kan worden. Stof tot nadenken dus, ook bij de meegereisde onderzoekers van de WUR.

Op het bedrijf waren diverse adviseurs en vertegenwoordigers aanwezig, wat het een dynamisch bedrijfsbezoek maakte. Aan het eind van de excursie werd nog even in het land gekeken naar een 3 jaar geleden ingezaaid gras-klaver perceel. De 25 m3 bokashi per ha die hier begin februari was opgebracht was al bijna volledig omgezet door het bodemleven. Naast de bokashi bemest van Boxtel 1 strook van 25 meter met 25 m3 dunne fractie in plaats van kunstmest. Ondanks dat de stikstof in de urine behoorlijk geconcentreerd is, had van Boxtel geen last van brandplekken in het grasland.

Onderweg in de bus

Paul Galama en collega Abele Kuipers – ook in de bus aanwezig – zijn vanuit de WUR bezig met een haalbaarheidsstudie naar manieren van luchtafvang in mestkelder en stallucht om vervolgens zowel ammoniak als methaan te filteren / oxideren. Oxideren van methaan uit stallucht is niet makkelijk omdat de concentratie laag is. Hoe dichter je de lucht opvangt bij de bek hoe beter. Het bedrijf Unimag, dat bij Van Boxtel de zeolietfilters heeft geïnstalleerd, is voor hen interessant. Omdat zij beweren een mogelijkheid te hebben gevonden om methaan uit de lucht te filteren.

‘Hoe dichter je de lucht opvangt bij de bek hoe beter’.

Om de vaste mest stapelbaar te maken biedt het mengen van mest met stro oplossingen. Over de menger met stro, die we bij van Boxtel in Uden hadden gezien, kan contact op worden genomen met Anne de Boer, bij de meeste deelnemers wel bekend. Op die manier krijg je met minimaal stroverbruik (1,5 kg/koe/dag) toch een goed stapelbaar eindproduct. De aanwezigen vragen zich af of het verwerken van bokashi, zoals Van der Linden dat doet door te composteren in de open lucht, meerwaarde oplevert. Paul Galama geeft aan dat het luchtdicht afdekken qua emissies zeker voordelen biedt. Het opslaan of composteren van vaste strorijke mest in de open lucht geeft  hoge emissies van met name methaan. Door het af te dekken kan dit gereduceerd worden.

Galama deelt een leaflet uit waarin verschillende stalsystemen, bewerking van feces en urine en toediening van mestfracties zijn geïllustreerd en toegelicht.

  1. Scheidende vloer. Er zijn verschillende typen scheidende vloeren. In het onderzoek op de Dairy campus is onderzoek gedaan naar de tegelvloer, een rubberen vloer met goten en gaten en het koetoilet. Paul Galama gaat kort in op de resultaten. Op de Dairy Campus is eind 2020 een onderzoek gestart met o.a. de doorlaatbare tegelvloer. De emissie viel in het begin erg tegen. Urine komt in de kelder en heeft een hoge pH waardoor veel ammoniak ontstaat. Het aanzuren van de urine reduceert de ammoniakemissie uit de kelder met urine sterk. De ammoniak emissie vanaf de tegelvloer moet verbeterd worden door de doorlaatbaarheid te verbeteren. Een 2e oplossing is het afzuigen van de kelderlucht.
    Ook hiernaar wordt dit jaar op de Dairy Campus onderzoek gedaan. Metingen van Koetoilet zijn afgerond. Dit jaar volgt meetrapport.
  2. Urine als kunstmestvervanger. Tot nu toe lijkt uit het onderzoek dat het Koetoilet de meest zuivere scheiding op te leveren. Een tegelvloer is een tweede goede methode. De scheidingsvloer van beton zoals bij van Boxtel heeft een iets mindere scheiding. Dit is van belang om eventueel de urinefractie in aanmerking te laten komen als kunstmestvervanger (Renure), want dan moet  meer dan 90% van de totale stikstof in de urine uit ammonium stikstof (snel beschikbare N)  bestaan. De rest van de N is organisch gebonden N.
  3. Toevoegmiddelen. Vraag: Is Zeoliet een oplossing? Paul: er zijn vele soorten, belangrijk is meten is weten. Een ander middel Magnesiumchloride wordt nu op DC onderzocht.
  4. Mestscheiding onder roosters is een optie die gehanteerd wordt in de varkens- en vleesveehouderij, maar is iets wat heel veel melkveehouders niet willen. Om die reden is dit type vloer niet meegenomen in het onderzoek.
  5. Een ander beproefd mestscheidingssysteem is Lely Sphere. De ammoniak wordt afgevangen uit de kelder met een filter. Dit systeem levert drie restproducten op; dikke fractie met veel P, dunne fractie met veel K en ammoniumsulfaat/nitraat.

Het aanzuren van mest wordt in Denemarken veel gedaan. Er wordt daar zwavelzuur aan toegevoegd. In Nederland is men hier nog niet heel enthousiast over, omdat zwavelzuur ook een controversieel middel is en er veel zwavel aan de mest wordt toegevoegd. Alleen de urinefractie aanzuren is makkelijker inpasbaar en vergt minder zuur en dus wend je ook minder extra Zwavel op het land aan. .

Tot slot vertelt Paul over Vrijlevenstallen. Dit is een nieuw type stal, dat nog in de kinderschoenen staat. Het is een vrijloopstal met zand, in een stal zonder ligboxen met veel leefruimte voor het vee. De mest wordt gescheiden door een zandpakket. De urine wordt door het zand via drains in de onderlaag op een centraal punt opgepompt in apart opgeslagen. De faeces wordt door een zogenaamde bedding cleaner opgeraapt.

Kwatrijnstal Sprangers – Kaatsheuvel

Sjaak Sprangers werkt nauw samen met Natuurmonumenten.  Zijn open Kwatrijnstal ligt direct tegen het natuurgebied De Loonse en Drunense Duinen aan. Hij heeft zo’n 100 Jersey koeien, waarvan hij er zo’n 70 melkt. Daarnaast fokt hij op het thuisbedrijf zijn eigen jongvee op. Hij heeft nauwelijks een veearts nodig en al bijna 15 jaar geen klauwbekapper op het erf gehad.

‘Ik werk bij voorkeur met gras-kruiden mengsels om de gezondheid van het vee te bevorderen’.

De dikke fractie wordt van de dunne fractie gescheiden door de dichte G2-vloer van Swaans beton met gaten. De dikke fractie wordt tweemaal daags door een mestrobot weggeschoven in een put aan het eind van de stal. Van daaruit wordt het op een transportband naar een overdekte mestbult gebracht. Daar wordt het opgestapeld. De urine loopt onder de vloer in de (ondiepe) gierkelder. Zomers beregent Sprangers de vloer met behulp van waterleidingen, die hij op twee meter hoogte met spanbanden door de stal heeft opgehangen. Hierdoor blijft de vloer beter schoon. Als de vloer te droog wordt schuift de mest niet meer goed af. De mest brengt hij over zijn eigen land. 20 ton vaste mest op de maaipercelen en daarbij 40 m3 gier verdeeld over 3 giften. Op de weidepercelen 10 ton stalmest en verder daar niks.

Zijn koeien grazen zoveel mogelijk buiten (april – november) rondom de stal en ook op de percelen verder weg. Er ligt zo’n 30 hectare natuurland verderop, daar lopen de melkkoeien overdag en het jongvee. Sprangers wil dat zijn koeien zoveel mogelijk weerstand opbouwen en is ervan overtuigd, dat de koeien zelf de kruiden en mineralen uit het land halen, die ze nodig hebben.

Sprangers werkt veel samen met het Louis Bolk instituut en de WUR voor verschillende ontwikkelingen en testen. Hij is daarnaast voorzitter van Stichting Duinboeren, waar 170 boeren uit de omgeving bij zijn aangesloten.

Terug naar Friesland

In de bus terug naar Friesland vraagt Paul Galama alle deelnemers naar de highlights van de dag:

  • Gedreven, gepassioneerde boeren.
  • Regelgeving is altijd lastig.
  • Ik wil wel graag verder met koecomfort.
  • Met name de ondernemersverhalen vond ik erg interessant.
  • Van der Linden was erg interessant qua contacten.
  • De stal van Sprangers staat op een prachtige, unieke plek.
  • Ik vond de tweede boer (Van Boxtel) het meest interessant. Zijn bedrijfsvoering is praktisch om toe te passen.

‘Ik vond het mooi om te zien hoe de drie verschillende ondernemers zich helemaal hebben aangepast aan hun situatie’.

  • Ik vraag me wel af hoe onkruid zich gedraagt in fermentatie? Joost Mulder: we weten van bulten met onkruidzaad en de resultaten tegen het onkruid zijn heel goed. Het is wel van belang dat de omzetting voldoende de kans en tijd krijgt.
  • Ik vond het een heel interessante dag. Eerste boer: doen wat je leuk vindt en daarmee genoeg verdienen, dat is het ideaal. Boer 2: keurig bedrijf, prima systeem, goed uitvoerbaar. 3e boer: inspirerend, natte mest.
  • Heel inspirerend. Drie heel verschillende systemen. Paul: zit er een systeem bij wat jullie aanspreekt? Het strooisel bij boer 1 zag er prachtig uit. De aanpak van de tweede boer lijkt op ons idee. 3e boer: openlucht mest is ook inspirerend, wel kwetsbaar.
  • Ik sluit me aan bij de rest. Interessant, ieder ook eigen oplossingen.
  • Volgens mij worstelen alle drie de boeren met het stapelbaar maken van mest.

‘Alle drie de  boeren hebben hun omgevingsfactoren naar hun hand kunnen zetten’.

  • Eerste bedrijf: mooi om te zien hoe de boeren ‘natuur’ tot bestaansrecht brengen. Zelf heb ik het meest met bedrijf 2. Het afdekken van de bokashibult is ingewikkeld; het moet wel praktisch blijven. Ik zit net voor de bouw van een nieuwe stal en heb veel inspiratie opgedaan. Zeoliet is ook erg interessant en inspiratievol.
  • Interessante dag gehad. Drie totaal verschillende bedrijven. Het stapelbaar maken van mest is wat ik meeneem naar het bedrijf. Mengen is voor mij het mooiste systeem.
  • Informatieve, bijzondere dag met boeren die het goed kunnen vertalen.

‘Grond voeden met dikke fractie en gewas voeden met dunne fractie’.

  • Ik wil zoveel mogelijk met eigen producten zowel het gewas als de grond voeden.
  • Voor mij is het belang van de primaire mestscheiding het meest interessant. Het hoogste rendement uit eigen stront. Bij Van Boxtel: ik zou proberen om zeoliet in de boxen te gooien en mee laten gaan in de mest in plaats van het door de filters te laten gaan. Methaan blijft een punt. Paul Galama: waar haal je het geloof vandaan dat zeoliet zorgt voor emissiereductie? Als je het door een filter haalt, lijkt het te werken. Als je het in de mest toevoegt, zou dat wellicht ook kunnen werken. Aanpassen aan de omstandigheden, is natuurlijk altijd mooi als dat ook rendement oplevert.
  • Het was een inspirerende dag. Drie totaal verschillende ondernemers en bedrijven. Het 1e en 3e bedrijf zijn voorbeelden van bedrijven, waarbij de omgeving betekenis geeft aan het bedrijf. Realiteit: bedrijven 1 en 3 zijn voor Friesland wat minder toepasbaar; het bedrijf van Van Boxtel is dan een meer representatief voorbeeld. De wil om te verbeteren is opvallend.
  • Drie 3 boeiende bedrijven en het verhaal van Paul Galama maken een mooie dag. Wat moet het dan moeilijk zijn voor boeren om een stal te bouwen. Mestverwerking was het meest opvallende thema. Bij bedrijf 1 lag het buiten. 2e onder plastic met wanden die lijken te gaan lekken. 3e had het binnen liggen. Ik weet de beste oplossing niet, wel veel succes aan de boeren die gaan bouwen.
  • In onze te bouwen stal krijgen wij ook nog uitgeperste faeces als restproduct. Darmvocht wordt in gasdichte silo opgevangen. Dit zorgt ook voor nieuwe uitdagingen.
  • Inspirerende dag, boeiende ondernemers.

‘Bijzonder hoe zij hun stal inpassen in het gebied’.

  • Van Boxtel is interessant om te vertalen naar een eigen situatie. Veel bevestigingen ook.
  • Mooie dag gehad met zijn allen. Drie heel verschillende bedrijven. 1e bedrijf: kringloop die ook weer naar akkerbouw teruggaat. 2e: kunstmestvervanger, erg interessant. 3e bedrijf: interessante kwatrijnstal.

Paul Galama bedankt iedereen voor diens input en terugkoppeling. Na een voorspoedige terugreis met weinig files zijn we rond 20.00 uur weer terug in Leeuwarden.