Project Houdbare melk

Verduurzaming in de zuivelketen is belangrijk om  vraagstukken met betrekking tot klimaat, milieu, dierenwelzijn en biodiversiteit het hoofd te bieden en te zorgen voor een sector die op de lange termijn op verantwoorde wijze melk kan produceren. Verduurzaming betekent ook een verdienmodel voor de boer, zodat hij kan investeren in duurzaamheid. Op dit moment zijn er een aantal factoren die de verduurzaming belemmeren. Dat heeft te maken met onder meer de structuur van de zuivelketen van producent tot consument.

Sinds de afschaffing van het melkquotum in 2015 is de Nederlandse melkveehouder meer afhankelijk van de wereldmarktprijs. Bovendien is er sprake van bulkproductie: alle geproduceerde melk vormt nagenoeg één melkplas, door de structuur in de keten (coöperaties) en de gerichtheid op export. De export van zuivel(producten) bedraagt 65% van de totale melkproductie. De melkveehouderij is een zeer kapitaalintensieve bedrijfstak. De vaste kosten maken een steeds groter deel uit van de kostprijs. Het wordt dan aantrekkelijker om de productie op te voeren, omdat de vaste kosten per eenheid product dan omlaag gaan. De prijs op de wereldmarkt geldt als uitgangspunt. Wereldwijd stijgt de melkproductie en een dalende prijstrend is te verwachten. Als reactie gaan melkveehouders méér produceren. Melkveehouders hebben geen invloed op de wereldmarktprijs, en hebben dus geen rechtstreekse invloed op hun inkomen uit de melkproductie. Het enige middel is hun productie verhogen om op die manier de vaste kosten te drukken; een negatieve spiraal dus.

Minder supermarkten, maar grotere

In Nederland zijn met het verdwijnen van Edah (2004), Super de Boer en C1000 (2012) en de samenwerking die Dirk is aangegaan met de Superunie, er nu nog vijf partijen (AH, Jumbo, Superunie, Lidl en Aldi) die samen bijna de hele retailmarkt bezetten. Deze toenemende concentratie is een Europees en internationaal fenomeen. De toenemende concentratie in de supermarktbranche kreeg Europees onder andere aandacht van het Europees Economisch en Sociaal Comité. Zie: http://www.eesc.europa.eu/?i=portal.en.pressreleases. 26802. De retail heeft daarmee een grote invloed op de prijs van de zuivelproducten.

Nieuwe duurzame initiatieven, zoals bijvoorbeeld Weide Weelde, blijven een niche, omdat ze moeten opboksen tegen de dominante positie van het eigen winkelmerk. Het eigen winkelmerk is een belangrijk instrument voor supermarkten om marge weg te halen bij fabrikanten en om het (onbewuste) prijsniveau van consumenten te bepalen. Dit geldt met name voor basiszuivelproducten. Het is daarom bijna onmogelijk om met een nieuw duurzaam initiatief markt te veroveren omdat het zich als normaal commercieel merk moet invechten. Met als gevolg dat de prijsstelling te hoog wordt ten opzichte van het huismerk (regulier én biologisch) en daarom alleen kansen in de niche heeft. Gezien de dominante positie van de retailer in Nederland en het belang van het eigenmerk, zal bij elk nieuw duurzaam initiatief een retailer onderdeel moeten uitmaken van het concept om überhaupt kans van slagen te hebben.

Coöperaties

Een ander belangrijk knelpunt voor een snellere verduurzaming is de huidige structuur van de Nederlandse zuivelsector. Het overgrote deel van de boeren is georganiseerd in coöperaties (85%), waarvan 1 coöperatie, namelijk Friesland Campina 73% van de markt heeft. Deze organisatie is levert aan vrijwel alle retailers in Nederland en richt zich daarnaast op export. Maar het belemmert nu grote stappen voorwaarts. In een coöperatie zijn alle boeren, (boeren zijn de leden en eigenaren van de coöperatie), gelijk.
Alle leden moeten in principe hetzelfde uitbetaald krijgen voor hun melk. Zij moeten zich daarbij uiteraard houden aan de leveringsvoorwaarden waar de laatste jaren enkele duurzaamheidseisen bij zijn gevoegd. Dat zijn hele kleine stapjes, die niet leiden tot structurele duurzaamheid.
Boeren die aan een coöperatie leveren en duurzamer willen boeren (en dan ook meer betaald willen) lopen vast in het principe van een coöperatie dat iedereen hetzelfde uitbetaald moet krijgen. Dat stagneert duurzaamheidsinvesteringen. De coöperatie daarentegen kan niet aan alle leden verregaande duurzaamheidseisen opleggen. Zij kan dat financieel niet waarmaken, want de meerprijs voor de boer moet uit de markt komen. Het grootste deel van de melk(producten) is voor de export, daar geldt de wereldmarktprijs. Daar geldt niet een extra uitbetaling voor duurzame melk.

Een andere structuur?

Stel dat een retailer duurzame melk belangrijk vindt om zich te onderscheiden. Stel dat deze retailer dat samen met een groep vaste melkveehouders opzet, zodat zij gezamenlijk tot samenwerking in een korte keten kunnen komen. Dan hoeft er geen rekening te worden gehouden met de principes van een coöperatie. Duurzaamheidsvoorwaarden en prijsstelling kunnen door retail en melkveehouders worden afgesproken.
In het Verenigd Koninkrijk  bestaan deze verkorte ketens: een direct contract tussen retail en primaire producent, met de zuivelverwerker als partij die voor het verwerken van melk wordt ingehuurd.

Melkveehouders en supermarkten maken onderling afspraken over de levering, duurzaamheidsvoorwaarden, en melkprijs. De melkprijs wordt bepaald naar aanleiding van Cost of Production plus Profit model. Vervolgens onderhandelt de supermarkt met een van de melkverwerkers in Nederland om de melk te verwerken. De melkveehouders leveren vervolgens hun rauwe melk aan de fabriek, deze verwerkt de zuivel en levert aan de supermarkt. De supermarkt betaalt de boer rechtstreeks.  Het Cost of Production plus Profit model garandeert melkveehouders een eerlijke melkprijs. Dit geeft melkveehouders zekerheid en zorgt ervoor dat ze beter kunnen investeren in duurzaamheid, dierenwelzijn en landschap. Dit model wordt succesvol gebruikt door Tesco, Sainsbury, M&S en Waitrose in Engeland.

Een verkorte keten kan ook heel transparant worden opgezet met behulp van de moderne Blockchain technologie. Welke productieprocessen en geldstromen spelen zich af op welke manier en op welk moment in de keten? Informatie kan efficiënter uitgewisseld worden en er is geen derde partij nodig om dit te controleren. Dit verhoogt de betrouwbaarheid, maakt het transparanter voor de consument.

Doel van het project

De mogelijkheden voor een verkorte keten (met de supermarkt als onderdeel) in Nederland onderzoeken. Enerzijds leunend op de ervaringen in het Verenigd Koninkrijk; anderzijds op een verkenning van hetgeen we hier in Nederland doen.

Hoe ziet zo’n verkorte keten in Nederland eruit? Voorop staat dat een verkorte keten tot duurzaamheid in het kwadraat moet leiden: een duurzame productie op de boerderij en een duurzame opbrengstprijs voor de boer.

Dat is best een ambitieus doel, want de huidige situatie is dat Nederland gekenmerkt wordt door hoge melkproducties op zo min mogelijk hectares met een zo laag mogelijke kostprijs om voor de wereldmarkt te produceren. Bovendien richt de Nederlandse zuivel zich op export. Maar liefst 65% van alle melk(producten) gaan de grens over.

Voor de melkveehouders die anders willen, gaan wij samen met Milieudefensie en Netwerk Grondig onderzoeken of het anders kan.

Uitnodiging: Presentatie resultaten

Op woensdag 19 februari as. is om 12.00 uur de eindpresentatie in Den Haag. U kunt zich opgeven via: info@netwerkgrondig.nl o.v.v. 19 februari. Klik hier voor de uitnodiging.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *